Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 21

Jaarlijkse verantwoording

Onderdeel van Regeling Activiteitenprogramma’s creatieve industrie· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 10 juli 2024

1. Een instelling dient vóór 1 mei van het eerste respectievelijk tweede kalenderjaar van de subsidieperiode een inhoudelijke en financiële verantwoording en een kwantitatief activiteitenoverzicht in over het activiteitenprogramma, uitgevoerd in het eerste respectievelijk tweede kalenderjaar van de subsidieperiode. 2. De jaarlijkse verantwoording gaat vergezeld van de jaarrekening van de instelling over het betreffende kalenderjaar. 3. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee wordt aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; 4. De financiële verantwoording geeft een zodanig inzicht dat per boekjaar een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de besteding van de subsidie. De financiële verantwoording sluit aan op de indeling van de begroting die bij de subsidieaanvraag is ingediend; 5. Het kwantitatief activiteitenoverzicht geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de verrichtte activiteiten door de subsidieontvanger. Het kwantitatief activiteitenoverzicht sluit aan op de indeling van de begroting die voorafgaand aan de subsidieverlening is ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel