Dit protocol heeft tot doel om het bevoegd gezag, bij de besluitvorming over een mogelijke vliegtuigberging, tijdig te laten beschikken over een professioneel en onafhankelijk advies over de meerwaarde van en mogelijkheden tot het daarbij verrichten van archeologisch onderzoek. Het bevoegd gezag is doorgaans de gemeente. Indien de gemeente zelf een onderzoek naar de archeologische meerwaarde/mogelijkheden heeft uitgevoerd, of voornemens is dit te (laten) uitvoeren, kan de gemeente op basis van dat onderzoek een besluit nemen over eventueel archeologisch veldonderzoek tijdens de berging. Indien de gemeente niet over een dergelijk onderzoek beschikt, wordt – in gezamenlijkheid – een advies opgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), en de Stafofficier Vliegtuigberging (SOVB) van het Logistiek Centrum Woensdrecht van het Commando Luchtstrijdkrachten, namens de Minister van Defensie. Deze partijen brengen een onderling afgestemd advies uit. Het advies wordt ingebed in het bestaande proces rondom vliegtuigbergingen, zoals beschreven in de Circulaire Vliegtuigberging en het Informatiedossier van het Nationaal programma.5Informatiedossier van het Nationaal programma, zoals opgesteld door de landelijke werkgroep die wordt gevormd door het Ministerie van BZK, de SOVB (namens het Ministerie van Defensie), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Studiegroep Luchtoorlog 1939–1945 en het Platform Blindgangers. De veiligheid van het bergingsproces blijft leidend.
Artikel 2
Doel en uitgangspunten van het protocol
Onderdeel van Protocol Vliegtuigbergingen en Archeologie, 26 juni 2024· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 11 juli 2024