**1.** De minister stelt in de periode 11 augustus 2025 tot en met 6 maart 2028 € 29.333.333,33 beschikbaar, welk bedrag wordt verdeeld in door de minister vast te stellen aanvraagtijdvakken met voor elk van die aanvraagtijdvakken en de Caribische delen van het Koninkrijk afzonderlijk vast te stellen subsidieplafonds.
**2.** Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 4, tweede lid, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 1.260.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 900.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 210.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 150.000.
**3.** Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 4, derde lid, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 2.190.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 1.800.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 365.000 en het tweede aanvraagtijdvak € 300.000.
**4.** Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 4, vierde lid, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 5.110.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 3.600.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 851.666 en in het tweede aanvraagtijdvak € 600.000.
**5.** Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 4, vijfde lid, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 7.873.333 en in het tweede aanvraagtijdvak € 6.600.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 1.312.222 en in het tweede aanvraagtijdvak € 1.100.000.
De wijziging is in werking getreden op 2 juli 2025.
Artikel 3
Subsidieplafond
Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden Caribisch deel van het Koninkrijk· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 11 augustus 2025