**1.** De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee elektriciteit in warmte wordt omgezet, met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarbij de vrijkomende warmte direct of indirect wordt overgedragen aan een vloeistof voor:
toepassing in stadsverwarming;
een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw; of
voor gebruik op locatie voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, waarbij sprake is van de uitgestelde levering van warmte door de toepassing van thermische opslag.
**2.** De door de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geproduceerde warmte heeft een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 100°C.
**3.** De door de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C of in een stoomsysteem.
**4.** Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het gezamenlijke vermogen van de op de locatie aanwezige elektroboilers.
**5.** Het nominaal elektrisch vermogen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bedraagt minstens anderhalf keer het nominaal thermisch vermogen van de productie-installatie, waarbij de opslagcapaciteit ten minste 3 MWh per MW thermisch vermogen van de productie-installatie moet bedragen.
**6.** Het nominaal thermisch vermogen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bedraagt ten hoogste 50 MWth.
§ 3 › § 3.4 › § 3.4.7
Artikel 71
Artikel 71
Onderdeel van Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2024· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 17 juli 2024