De TloKB legt haar bevindingen vast in een controle- of inspectierapport. Daarnaast legt zij in het rapport vast of er sprake is van een of meer tekortkomingen in de naleving van de wet- en regelgeving en voorschriften uit de aanwijzingsbeschikking en zo ja, van welke overtredingen er sprake is en waarom.
Afhankelijk van de ernst en aard van de overtreding kan er vervolgens voor worden gekozen, alvorens te besluiten tot inzet van handhavingsmiddelen, eerst aan te spreken, aan te schrijven, een bestuurlijk gesprek te initiëren, over te gaan tot verscherpt toezicht en/of te waarschuwen. Dit kan gecombineerd worden met een correctief actieplan. Voor de inzet van een maatregel hoeft de ene (zwaardere) maatregel niet altijd voorafgegaan te worden door de andere (lichtere) maatregel. Het doel van de hierboven genoemde maatregelen is om de beschikkinghouder te bewegen zo spoedig mogelijk uit eigen beweging te voldoen aan de wet- en regelgeving en aan de voorschriften uit de aanwijzingsbeschikking. Dit laat onverlet dat de TloKB kan besluiten om direct over te gaan tot de inzet van handhavingsmiddelen, wanneer de omvang en aard van tekortkomingen hierom vragen.
De TloKB spreekt een beschikkinghouder aan die een overtreding heeft begaan en initiatief toont om dit zelf op te lossen.
Een beschikkinghouder die in overtreding is, kan een waarschuwing krijgen door middel van een waarschuwingsbrief. Daarin staat dat hij moet voldoen aan de betreffende wet- en regelgeving/ voorschriften en de termijn waarbinnen dit dient te gebeuren. In de brief staat ook dat de TloKB andere middelen kan inzetten als de maatregelen niet op tijd zijn getroffen. De TloKB registreert de waarschuwing niet in het register gasverbrandingsinstallaties.
Een bestuurlijk gesprek is een gesprek tussen het bestuur van de TloKB en (de directie van) de overtreder. Zo’n gesprek vindt soms plaats als vervolg op een waarschuwing en kan voorafgaan aan verscherpt toezicht. Het doel van het gesprek is om het belang te benadrukken van het opheffen van de overtreding door de beschikkinghouder.
Bij verscherpt toezicht krijgt een beschikkinghouder de gelegenheid om binnen een door de TloKB vastgestelde termijn de overtreding te beëindigen. De TloKB houdt in een periode van verscherpt toezicht de voortgang van het opheffen van de overtreding in de gaten. Dit doet zij bijvoorbeeld door resultaatsverslagen van een correctief actieplan op te vragen en door eventueel (onaangekondigde) inspecties uit te voeren.
Voor en tijdens het handhavend optreden kan de TloKB de beschikkinghouder opdragen een correctief actieplan te maken. Dit correctief actieplan kan inhouden:
een analyse van de oorzaak;
een analyse van de omvang en eventueel van hoe lang de overtreding(en) zich heeft (hebben) voorgedaan;
de te nemen herstelstappen;
de acties om de oorzaak weg te nemen en;
het aantonen door de schemabeheerder, dan wel door de certificerende instelling van de effectiviteit van de getroffen maatregelen.
Beëindigt de beschikkinghouder niet tijdig de overtreding, dan wel leiden genomen verbeter acties onvoldoende tot verbetering, dan kan de TloKB besluiten om direct (verder) handhavend op te treden.
Naast het handhavingsrepertoire beschereven in paragraaf 5.1 is de TloKB bevoegd om de handhavingsmiddelen in te zetten als beschreven in hoofdstuk 4.
Of en zo ja welk handhavingsmiddel de TloKB inzet, hangt af van de concrete situatie. Verder zijn ook de ernst, de omstandigheden, het optreden van de beschikkinghouder, of andere overheidsinstanties al handhaven of gehandhaafd hebben en de andere elementen uit bijlage 1 daarbij van belang. Ook andere feiten en omstandigheden kunnen hierbij een rol spelen. De opsomming is daarom niet limitatief.
Indien de TloKB besluit tot de inzet van een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom, een schorsing dan wel een intrekking, dan ontvangt de beschikkinghouder een handhavingsbesluit. In het besluit motiveert de TloKB op basis waarvan en waarom zij over is gegaan tot inzet van dit handhavingsmiddel.
In bijlage 1 staan de elementen die dit handhavingsbesluit verder kan bevatten.
Bij het nemen van het handhavingsbesluit en bij de uitoefening van de handhavingsbevoegdheden past de TloKB de beginselen van behoorlijk bestuur uit de algemene wet bestuursrecht toe. Deze beginselen zijn onder meer:
Beginselplicht tot handhaving
Gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, zal in geval van overtreding van een voorschrift de TloKB, in het geval zij bevoegd is om op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken (of een handhavingstraject in gang moeten zetten dat tot het gebruiken van die bevoegdheid zal of kan leiden). Slechts onder bijzondere omstandigheden mag de TloKB hiervan afzien. Dit kan zich voordoen als concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie dient te worden afgezien.
Motiveringsbeginsel
In een besluit motiveert de TloKB voldoende duidelijk op basis waarvan en waarom zij een bepaalde beslissing neemt of niet neemt.
Gelijkheidsbeginsel
Uit een oogpunt van rechtsgelijkheid past de TloKB handhavingsmiddelen in vergelijkbare situaties op eenzelfde wijze toe.
Proportionaliteitsbeginsel
De inzet van het toezicht en de handhaving dient in verhouding te staan tot het doel.
Verdedigingsbeginsel
De persoon of onderneming die als overtreder te maken krijgt met handhavend optreden door de TloKB, moet in de gelegenheid worden gesteld zijn of haar zienswijze kenbaar te maken en daarvoor een redelijke termijn te krijgen. De termijn waarbinnen de overtreder haar zienswijze kan geven staat in de brief van de TloKB. In die brief wordt de overtreder uitgenodigd om binnen die termijn zijn zienswijze te geven op het voorgenomen handhavend optreden. Die redelijke termijn is meestal twee weken na dagtekening. Bij bestuursrechtelijke handhaving heeft dit beginsel mede uitwerking gekregen in de hoorplicht van art. 4:7 en 4:8 Awb (spoed eisende gevallen uitgezonderd).
De TloKB zal zorgvuldig te werk moeten gaan. Dit omdat in het bijzonder het schorsen of intrekken van een aanwijzing voor de betrokken partijen een grote impact kan hebben. Het kunnen opleggen van deze handhavingsmiddelen kan echter noodzakelijk zijn om de geloofwaardigheid van het schema en het stelsel niet in het geding te brengen. De TloKB zal daarom een afweging maken tussen de maatschappelijke belangen en de individuele belangen van de beschikkinghouder en de andere betrokkenen.
In 2026 zal de TloKB evalueren of een nadere invulling van het handhavingskader gewenst is.
Artikel 5
Inzet van handhavingsmiddelen en handhavingsbesluiten
Onderdeel van Handhavingskader CO-stelsel, Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw· Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Deze tekst geldt sinds 13 augustus 2024