Naar hoofdinhoud

§ 5

Artikel 5.4

Subsidiabele kosten realisatie waterstofproductie-installatie

Onderdeel van Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Als subsidiabele kosten komen uitsluitend de kosten in aanmerking die nodig zijn voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie. 2. Kosten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen, zijn kosten van investeringen in: gronden en gebouwen; machines en apparatuur, waaronder batterijen met een maximaal vermogen van 1 MW per MW nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser en een maximale opslagcapaciteit van 2 MWh per MW nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser; een opslagvoorziening van de hoeveelheid waterstof in kg die de waterstofproductie-installatie in een periode van 24 uur kan produceren; materialen of hulpmiddelen; immateriële activa; aanleg van infrastructuur voor de verbinding van de waterstofproductie-installatie met een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit en de waterstoftransportleidingen; een compressie-installatie voor waterstof met een einddruk van ten hoogste 70 bar. 3. De volgende kosten komen niet in aanmerking: kosten van omzetbelasting die de subsidieaanvrager in aftrek kan brengen; kosten die de subsidieaanvrager heeft gemaakt voordat de aanvraag voor subsidie is ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel