De minister beslist afwijzend op een aanvraag van een veehouderijonderneming indien:
de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels;
op de te verlaten veehouderijlocatie niet daadwerkelijk een veehouderijonderneming wordt gedreven door de veehouder ten tijde van het indienen van de aanvraag;
de aanvrager:
zich reeds heeft verplicht om de te verlaten veehouderijlocatie te sluiten of reeds een aanvang heeft gemaakt met de sluiting van de locatie; of
ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied die voor de te verlaten veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk ter beschikking stelt of heeft gesteld voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.9
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 3 september 2024