Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2024· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 7 september 2024

1. Indien de werkgever een bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in de artikelen 2, 5, en 6 wordt hem tevens een last onder dwangsom opgelegd. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel. Dwangsom per dag Duur onderbetaling ≤ – 1 maand >1 – < 3 maanden 3 – < 6 maanden ≥ 6 maanden < 5% of minder dan € 50 € 20 € 25 € 50 € 75 5% – < 10% € 25 € 50 € 75 € 100 10% – < 25% € 50 € 75 € 100 € 150 25% – < 50% € 75 € 100 € 150 € 200 ≥ 50% € 100 € 200 € 300 € 400 2. Indien de werkgever een bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 7, wordt hem tevens een last onder dwangsom opgelegd. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel. Dwangsom per dag Onderbetaling Dwangsom per dag < 5% of minder dan € 50 € 20 5% – < 10% € 25 10% – < 25% € 50 25% – < 50% € 75 ≥ 50% € 100 3. De last onder dwangsom, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt niet opgelegd, indien de werkgever uit eigen beweging aan zijn verplichtingen heeft voldaan en daarvan binnen vier weken na het constateren van de overtreding schriftelijk bewijs heeft geleverd. 4. Het maximale bedrag dat een werkgever per werknemer aan dwangsom kan verbeuren bedraagt € 40.000. 5. Aan de werkgever wordt geen last onder dwangsom opgelegd indien: de overtreding de verrekening van teveel betaald loon betreft; de overtreding de verrekening van een contant voorschot betreft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel