Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Inzet van handhavingsmiddelen en handhavingsbesluiten

Onderdeel van Handhavingskader KB-stelsel· Wonen, onroerend goed, bouwrecht

Deze tekst geldt sinds 10 september 2024

De TloKB legt haar bevindingen vast in een inspectierapport. Daarnaast legt zij in het rapport vast of er sprake is van een of meer tekortkomingen in de naleving van de wet- en regelgeving en voorschriften uit de toelatingsbeschikking. Zo ja, dan is de tekortkoming een overtreding. De TloKB legt dan de overtreding vast en beschrijft waarom dit een overtreding is. Afhankelijk van de ernst en aard van de tekortkoming/overtreding kan de TloKB er vervolgens voor kiezen, alvorens te besluiten tot inzet van handhavingsmiddelen, eerst aan te spreken, aan te schrijven, een bestuurlijk gesprek te initiëren of over te gaan tot verscherpt toezicht. Dit kan de TloKB combineren met een correctief actieplan, als beschreven in paragraaf 4.3. Het doel hiervan is om de instrumentaanbieder te bewegen zo spoedig mogelijk uit eigen beweging te voldoen aan de wet- en regelgeving en aan de voorschriften uit de toelatingsbeschikking. Dit laat onverlet dat de TloKB kan besluiten om direct over te gaan tot de inzet van handhavingsmiddelen, wanneer de omvang en aard van de overtredingen hierom vragen. Voor de inzet van handhavingsmiddelen is het voorgaand aanspreken, aanschrijven, een bestuurlijk gesprek initiëren of overgaan tot verscherpt toezicht echter niet altijd aangewezen. Het is aan de TloKB om zelf af te wegen welke maatregel of welke combinatie van maatregelen in welke volgorde zij inzet. De TloKB spreekt een instrumentaanbieder aan die een overtreding heeft begaan en initiatief toont om dit zelf op te lossen. Een instrumentaanbieder die een overtreding begaat of in overtreding is, kan een aanschrijving krijgen. Daarin staat dat hij moet voldoen aan de betreffende wet- en regelgeving/voorschriften en de termijn waarbinnen. In de brief staat ook dat de TloKB andere middelen kan inzetten als de maatregelen niet op tijd zijn getroffen. De TloKB maakt de aanschrijving niet kenbaar in het register. Een bestuurlijk gesprek is een gesprek tussen het bestuur van de TloKB en (de directie van) de overtreder. Zo’n gesprek vindt soms plaats als vervolg op een aanschrijving, en gaat vaak vooraf aan verscherpt toezicht. Het doel van het gesprek is om te benadrukken hoe belangrijk het is dat de instrumentaanbieder de overtreding opheft. Bij verscherpt toezicht krijgt een instrumentaanbieder de gelegenheid om binnen een door de TloKB vastgestelde termijn de overtreding te beëindigen. De TloKB houdt in een periode van verscherpt toezicht de voortgang van het opheffen van de overtreding in de gaten. Dit doet zij bijvoorbeeld door extra (onaangekondigde) inspecties uit te voeren en door resultaatsverslagen van een correctief actieplan op te vragen. Voorafgaand aan en tijdens het handhavend optreden kan de TloKB de instrumentaanbieder opdragen een correctief actieplan te maken. Dit correctief actieplan kan inhouden: een analyse van de oorzaak; een analyse van de omvang en eventueel van hoe lang de overtreding(en) zich heeft (hebben) voorgedaan; de te nemen herstelstappen; de acties om de oorzaak weg te nemen; en het aantonen door de instrumentaanbieder van de effectiviteit van de getroffen maatregelen. Beëindigt de instrumentaanbieder niet tijdig de overtreding, dan wel leiden genomen verbeter- acties onvoldoende tot verbetering, dan kan de TloKB besluiten om direct (verder) handhavend op te treden. Naast het handhavingsrepertoire beschreven in paragraaf 4.1 is de TloKB bevoegd om hand- havingsmiddelen in te zetten als beschreven in hoofdstuk 3. Of en zo ja welk handhavingsmiddel de TloKB inzet, hangt af van de concrete situatie. Verder zijn ook de ernst, de omstandigheden, het optreden van de instrumentaanbieder, of andere overheidsinstanties al handhaven of gehandhaafd hebben en de andere elementen uit bijlage 1 daarbij van belang. Ook andere feiten en omstandigheden kunnen hierbij een rol spelen. De opsomming is daarom niet limitatief. Indien de TloKB besluit tot de inzet van bestuursdwang/een last onder dwangsom, een waar- schuwing, een schorsing of een intrekking, dan ontvangt de instrumentaanbieder hiervan een handhavingsbesluit. In het besluit motiveert de TloKB op basis waarvan en waarom zij over is gegaan tot inzet van dit handhavingsmiddel. In bijlage 1 staan de elementen die dit handhavingsbesluit verder kan bevatten. Bij het nemen van het handhavingsbesluit en bij de uitoefening van de handhavingsbevoegdheid past de TloKB de beginselen van behoorlijk bestuur uit de algemene wet bestuursrecht toe. Deze beginselen zijn onder meer: Beginselplicht tot handhaving Gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, zal de TloKB in geval van overtreding van een voorschrift in het geval zij bevoegd is om op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken (of een handhavingstraject in gang moeten zetten dat tot het gebruiken van die bevoegdheid zal of kan leiden). Slechts onder bijzondere omstandigheden mag de TloKB weigeren dit te doen. Dit kan zich voordoen als concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Motiveringsbeginsel In een besluit motiveert de TloKB voldoende duidelijk op basis waarvan en waarom zij een bepaalde beslissing neemt of niet neemt. Gelijkheidsbeginsel Uit een oogpunt van rechtsgelijkheid past de TloKB handhavingsmiddelen in vergelijkbare situaties op eenzelfde wijze toe. De inzet van het toezicht en de handhaving dient in verhouding te staan tot het doel. Verdedigingsbeginsel De persoon of onderneming die als overtreder te maken krijgt met handhavend optreden door de TloKB moet in de gelegenheid worden gesteld zijn of haar zienswijze kenbaar te maken, en daarvoor een redelijke termijn te krijgen. De termijn waarbinnen de overtreder haar zienswijze kan geven staat in de brief van de TloKB. In die brief wordt de overtreder uitgenodigd om binnen die termijn zijn zienswijze te geven op het voorgenomen handhavend optreden. Die redelijke termijn is meestal twee weken na dagtekening. Bij bestuursrechtelijke handhaving heeft dit beginsel mede uitwerking gekregen in de hoorplicht van art. 4:7 en 4:8 Awb (spoedei- sende gevallen uitgezonderd). Bij schorsing en intrekking van de toelating blijven de op basis van het instrument afgegeven toestemmingen om het instrument te gebruiken in principe gedurende zes maanden dan wel gedurende de termijn van schorsing geldig voor bouwprojecten die al zijn aangevangen, tenzij de TloKB aanleiding ziet een kortere termijn te stellen of het instrument meteen in te trekken. Dit laatste zal de TloKB alleen doen als de kwaliteitsborging met toepassing van het betreffende instrument leidt tot strijdigheden met de bouwtechnische voorschriften. Door een termijn van zes maanden te stellen wordt voorkomen dat alle bouwprojecten waar het instrument wordt toegepast direct worden stilgelegd. Deze termijn biedt partijen de mogelijkheid een bouwwerk af te ronden dan wel een ander instrument of andere kwaliteitsborger in te schakelen. De TloKB zal zorgvuldig te werk moeten gaan. Het schorsen of intrekken van een toelating zal alle bouwprojecten treffen waar het instrument wordt toegepast en kan voor elk project en betrokken partijen een grote financiële impact hebben. De inzet van de handhavingsmiddelen zijn zware handhavingsmaatregelen die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben. Het kunnen opleggen van deze handhavingsmiddelen is echter noodzakelijk om de geloofwaardigheid van het instrument, en uiteindelijk het stelsel, niet in het geding te brengen. Een instrument heeft immers tot doel vast te stellen of er een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het bouwen van een bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften. De TloKB zal daarom het maatschappelijke belang vooropstellen. Het kan zijn dat er sprake is van een goed instrument voor kwaliteitsborging dat op de bouwplaats niet goed wordt toegepast. Er is dan waarschijnlijk sprake van een niet goed functionerende kwaliteitsborger en/of niet goed functionerende instrumentaanbieder. De TloKB is geen toezichthouder van de kwaliteitsborger. De TloKB geeft haar bevindingen door aan de instrumentaanbieder, die moet toezien op de juiste toepassing van zijn instrument. De instrumentaanbieder spreekt de kwaliteitsborger aan en zal in bepaalde gevallen maatregelen moeten treffen en zo nodig de toestemming om het instrument toe te passen moeten intrekken. Indien blijkt dat de instrumentaanbieder te lankmoedig optreedt jegens een ondermaats presterende kwaliteitsborger, kan de TloKB, net als bij een niet of niet goed werkend instrument, een last onder dwangsom opleggen of een waarschuwing geven aan de instrumentaanbieder alvorens zij het instrument schorst of intrekt. De waarschuwing wordt in het register bekendgemaakt.6Kamerstuk 34 453, nr. 3 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) In 2026 zal de TloKB evalueren of een nadere invulling van het handhavingskader gewenst is.

Rechtspraak bij dit artikel