Gereserveerd.
Artikel 13k, tweede lid, Wet Vpb regelt dat het opgeofferde bedrag voor de bij een juridische fusie uitgereikte aandelen in de verkrijgende rechtspersoon niet hoger wordt gesteld dan het bedrag dat is opgeofferd voor de aandelen in de verdwijnende rechtspersoon. Dit betekent dat als de waarde van de aandelen in de verdwijnende rechtspersoon ten tijde van de juridische fusie lager is dan het voor die aandelen opgeofferde bedrag, slechts dat lagere bedrag als opgeofferd bedrag geldt voor de aandelen in de verkrijgende rechtspersoon.
Naar mijn mening kunnen zich juridische fusies voordoen waarbij de hiervoor genoemde verlaging niet past binnen doel en strekking van de artikelen 13, 13d en 14b Wet Vpb. Ik denk dan met name aan juridische fusies waarbij de belastingplichtige vóór de juridische fusie een deelneming heeft in zowel de verdwijnende rechtspersoon als de verkrijgende rechtspersoon (een zogenoemde juridische zusterfusie). Voor deze juridische zusterfusies acht ik het gerechtvaardigd dat het opgeofferde bedrag van de aandelen in de verdwijnende rechtspersoon kan worden doorgeschoven naar de aandelen in de verkrijgende rechtspersoon. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarde goed dat bij een juridische zusterfusie het door belastingplichtige voor de aandelen in de verdwijnende rechtspersoon opgeofferde bedrag wordt doorgeschoven naar de aandelen in de verkrijgende rechtspersoon.
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
De juridische zusterfusie is niet gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.
Ook bij een andere juridische fusie dan een juridische zusterfusie, kan de belastingplichtige een beroep op de hardheidsclausule van artikel 63 AWR doen om het opgeofferde bedrag op vergelijkbare wijze door te schuiven. Aan de hand van de feiten en omstandigheden die bij de juridische fusie spelen, zal worden beoordeeld of het binnen de strekking van de artikelen 13, 13d en 14b Wet Vpb past in die situatie eveneens een doorschuiving van het opgeofferde bedrag te verlenen.
Het verzoek moet worden gericht aan de Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek/Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag.
Artikel 13
Artikel 13k Wet Vpb
Onderdeel van Besluit Deelnemingsvrijstelling· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 21 september 2024