Op informatieverstrekking over financiële producten is de Wft van toepassing. Daarnaast is de Wet oneerlijke handelspraktijken (Wohp), die is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek, Boek 6, Titel 3, afdeling 3a, van toepassing. Hierin zijn onder meer regels opgenomen waaraan informatieverstrekking moet voldoen. De Wohp geldt ook voor vrijgestelde financiële producten. Hieronder gaan we in op een aantal interpretaties.
U moet er rekening mee houden dat naast de Wft, ook de Wohp van toepassing is. U moet aan beide wetten voldoen. Dit geldt zowel als u een vergunning heeft van de AFM, als voor producten die zijn vrijgesteld van vergunning- en/of prospectusplicht. Voor producten die zijn vrijgesteld is de Wft beperkt van toepassing en voor die producten zal de AFM dus eerder naar de Wohp kijken.
Informatie mag niet misleidend zijn. Een consument wordt misleid als hij door de informatie over een product op het verkeerde been wordt gezet. Zijn verwachting klopt dan niet met de werkelijkheid.
Ook informatie over vrijgestelde producten mag niet misleidend zijn. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om informatie over de aard van het product, de voornaamste kenmerken van het product of de prijs.
Hieronder is een aantal voorbeelden gegeven waarbij de informatie aan consumenten mogelijk misleidend is:
U spreekt over een vast rendement (of vaste rente) zonder dat dit rendement echt vast is, zoals dit bij bijvoorbeeld een spaardeposito wel het geval is. De rentebetaling kan in veel gevallen niet worden gegarandeerd en kan vaak worden opgeschort. Het noemen van een vast rendement kan bij consumenten de indruk wekken dat dit een zekerheid of garantie is, terwijl dit niet altijd het geval is.
U geeft een gegarandeerd rendement weer, terwijl er scenario’s bestaan waarin deze garantie komt te vervallen, zonder dat u deze scenario’s vermeldt.
U presenteert optimistische rendementsprognoses op een wijze dat deze betrouwbaar lijken, terwijl de prognoses onvoldoende onderbouwd (kunnen) worden en zonder consumenten afdoende te wijzen op de risico’s.
U schetst historische dan wel werkelijke rendementen die gebaseerd zijn op een periode die niet representatief is, bijvoorbeeld een periode die niet lang genoeg is, of u toont een selectief trackrecord dat de indruk geeft volledig te zijn terwijl dat niet het geval is.
U verklaart/duidt historische dan wel werkelijke rendementen onjuist met niet relevante informatie.
U zwakt risico’s af, bijvoorbeeld door een risico een ‘minimaal risico’ te noemen, terwijl de mogelijkheid bestaat dat de belegger (een substantieel deel van) zijn inleg kwijtraakt. Een ander voorbeeld is het weergeven van een ´beheerst risico´ terwijl wordt vermeld dat de mogelijkheid bestaat dat bij een product niet aan de rente- en aflossingsverplichting kan worden voldaan.
Bij een risicovolle belegging (bijvoorbeeld met derivaten) geeft u aan dat het geld zo wordt belegd dat dit product geschikt is voor een risicomijdende consument.
U vergelijkt beleggingsproducten met spaarproducten door bijvoorbeeld te spreken over een ‘spaarrente’, in plaats van (dividend)rendement.
U vergelijkt een belegging met (bank)sparen, zonder het verschil in risico daarbij te vermelden.
U suggereert dat de gevolgde beleggingsstrategie qua risico vergelijkbaar is met het risico dat de consument loopt bij spaarrekeningen. Bijvoorbeeld, het gebruik van aandelen en opties brengt echter een geheel ander en groter risico met zich mee dan een spaarrekening.
Het is misleidend als de gebruikte benchmark niet dezelfde risico’s of samenstelling kent als het vergeleken product, terwijl deze verschillen niet worden verklaard. Wanneer u gebruik maakt van een benchmark, moet het duidelijk zijn wat er met elkaar vergeleken wordt en wat de verschillen zijn. Dit om te voorkomen dat het misleidende beeld ontstaat dat de producten vergelijkbaar zijn, terwijl dit niet zo is. Een voorbeeld is een vergelijking tussen de AEX-index en een specifiek beleggingsfonds of obligatielening.
Essentiële informatie is informatie die een consument in ieder geval nodig heeft om een weloverwogen besluit te kunnen nemen. Als essentiële informatie wordt weggelaten is er sprake van een misleidende omissie. In de Wohp staat dat de essentiële informatie die een consument nodig heeft om een besluit te nemen over een overeenkomst hem niet onthouden mag worden. De essentiële informatie mag niet verborgen worden gehouden of op onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze of laat verstrekt worden. Logischerwijs kan niet alle essentiële informatie in alle typen informatie worden opgenomen. Bijvoorbeeld in reclame-uitingen. U moet de consument wel in staat stellen om deze informatie tot zich te nemen voorafgaand aan een aankoop.
We hebben in het verleden een aantal kenmerken van een product aangemerkt als essentiële informatie. Deze kenmerken staan hieronder. De onderstaande opsomming is geen uitputtende lijst, maar informatie die in ieder geval moet worden opgenomen als een kenmerk van toepassing is.
de risico’s
de voornaamste kenmerken zoals de (nominale/intrinsieke) waarde, de looptijd, waar het eigendom ligt (bijvoorbeeld bij vastgoedbeleggingen) en het verwachte rendement
informatie over de zekerheden en garanties
de voorwaarden die aan een (tussentijdse) opzegging van het product zijn verbonden
de wijze waarop het rendement wordt gegenereerd
het feit dat een lening achtergesteld is
niet-marktconforme voorwaarden
de kosten die in rekening worden gebracht
dat het niet is toegestaan dat na verkoop een positie van minder dan € 100.000 ontstaat, hierdoor vervalt namelijk de vrijstelling (dit betekent dat de consument gedurende de gehele looptijd een minimumsaldo (à € 100.000) moet aanhouden)
specifieke voorwaarden om in aanmerking te komen voor bepaalde voordelen
de beperkende voorwaarden van een garantie, bijvoorbeeld op voorhand bekende situaties waarin een garantie kan komen te vervallen
de beperkende voorwaarden voor het verkrijgen van een rendement
de eventuele fiscale nadelen wanneer u spreekt over fiscaal voordeel (een voorbeeld is het ontstaan van een latente belastingverplichting)
de huidige financiële situatie van het bedrijf
informatie waaruit de consument kan afleiden welke uitgaven verbonden zijn aan de bedrijfsactiviteiten en hoe de inkomsten worden gegenereerd waarmee de rente en aflossing van de obligatie betaald kunnen worden
de besteding van de ingelegde gelden
de financiële verhouding tussen de onderneming en haar bestuurders
de financiële verhouding tussen de onderneming en gelieerde entiteiten
Als u de suggestie wekt dat een product of onderneming onder toezicht staat, terwijl dit niet het geval is, is er sprake van misleiding. Bij consumenten schept dit mogelijk een misleidend beeld over de voornaamste kenmerken van het product, namelijk dat er sprake is van toezicht. Dit kan door consumenten (ten onrechte) geassocieerd worden met veiligheid. In de volgende voorbeelden wordt in de informatieverstrekking de indruk gewekt dat de aanbieding onder toezicht staat:
U verstrekt een risico-indicator en/of een financiële bijsluiter (mogelijk met een eigen invulling) voor het vrijgestelde product.
U vermeldt dat u voldoet aan wet- en regelgeving zonder hierbij te vermelden dat de aanbieding is vrijgesteld.
U vermeldt als beheerder van een vrijgestelde beleggingsinstelling heel expliciet dat u onder toezicht staat. Dit mag u vermelden, maar de vrijstellingsvermelding moet duidelijk zijn.
Daarnaast is de informatievertrekking misleidend als afbreuk wordt gedaan aan de vrijstellingsvermelding.
Artikel 12
Wet oneerlijke handelspraktijken (Wohp)
Onderdeel van Beleidsregel Informatieverstrekking· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 30 september 2024