Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Berekening vaststelling beschikbaarheidbijdrage – vervolgopleidingen tot (medisch) specialist

Onderdeel van Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2023· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 3 oktober 2024

De hoogte van de gerealiseerde fte’s voor de vervolgopleiding tot (medisch) specialist wordt door de NZa vastgesteld, waarbij: Het aantal instroomplaatsen en/of fte (medisch) specialist per opleiding per opleidende zorgaanbieder niet hoger vastgesteld kan worden dan het aantal instroomplaatsen en/of instroom fte (medisch) specialist dat voor die zorgaanbieder in het verdeelplan is vastgelegd. Als blijkt dat bij één of meerdere opleidingen het aantal aangevraagde plaatsen en/of fte hoger is dan in het verdeelplan is opgenomen, dan zal de NZa het aantal personen en/of fte neerwaarts bijstellen tot het maximum van het verdeelplan, tenzij er sprake is van: Een (medisch) specialist in vooropleiding die in het instroomjaar niet de opleiding volgt bij de opleidende zorgaanbieder waaraan de instroomplaats (medisch) specialist is toegewezen. De instroomplaatsen van opleidingen met een vooropleiding zijn in het verdeelplan toegewezen aan de zorgaanbieder waar de eindopleiding wordt gevolgd. Vervanging van een (medisch) specialist in opleiding binnen een instroomjaar, waardoor het totaal aantal personen het verdeelplan kan overschrijden. Het aantal fte mag in dit geval niet hoger zijn dan in het verdeelplan is opgenomen. Een opleiding radiotherapie, klinisch fysica of nucleaire geneeskunde6Vanaf 1 juli 2015 is de opleiding nucleaire geneeskunde samengevoegd met de opleiding Radiologie. Daardoor is deze uitzondering vanaf dat moment niet meer van toepassing. waarbij de (medisch) specialist in opleiding in het instroomjaar bij twee verschillende zorgaanbieders opleiding volgt. Alleen bij deze opleidingen is dit toegestaan. Het aantal instroomplaatsen en/of fte (medisch) specialist per opleiding per opleidende zorgaanbieder niet hoger vastgesteld kan worden dan het aantal opleidingsplaatsen dat voor die zorgaanbieder in het verdeelplan is vastgelegd, tenzij er sprake is van onderstaande uitzonderingen. Genoemde uitzonderingen moeten aan de hand van de hieronder nader gespecificeerde documenten bij de aanvraag worden aangetoond. De uitzonderingen zijn: Het intrekken van een opleidingserkenning van een opleidende zorgaanbieder waardoor een andere opleidende zorgaanbieder een of meer opleidingsplaatsen boven het verdeelplan kan aanvragen. Hier dient een besluit van de relevante registratiecommissie of opleidingsinstituten als genoemd in de artikelen 1.17 tot en met en 1.19 aan ten grondslag te liggen. Faillissement van een opleidende zorgaanbieder, waardoor een andere opleidende zorgaanbieder een of meer opleidingsplaatsen boven het verdeelplan krijgt toegewezen. Hiervoor is goedkeuring nodig van het nieuwe opleidingsschema door de relevante registratiecommissie of de opleidingsinstituut als genoemd in de artikelen 1.17 tot en met 1.19. Fusie van twee of meer opleidende zorgaanbieders waardoor één zorgaanbieder of de opvolgende rechtspersoon de opleidingsplaatsen krijgt toegewezen. Het totaal aantal plaatsen en fte’s van de gefuseerde zorgaanbieders kan niet hoger zijn dan het aantal plaatsen en fte’s van de afzonderlijke zorgaanbieders voor de fusie. Overplaatsing van de (medisch) specialist in opleiding door een uitspraak van een geschillencommissie of een centrale opleidingscommissie vanuit een opleidende zorgaanbieder naar een andere opleidende zorgaanbieder. De uitspraak moet bij de aanvraag tot vaststelling gevoegd worden. Verlenging van de duur van de opleiding van de (medisch) specialist in opleiding vanwege opleidingsinhoudelijke redenen. Hier dient een besluit van de registratiecommissie of opleidingsinstituut als genoemd in de artikelen 1.17 tot en met 1.19 aan ten grondslag te liggen waaruit blijkt dat de duur van de opleiding wordt verlengd. Het aantal instroomplaatsen (medisch) specialist van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding wordt vastgesteld op basis van de aanvraag tot vaststelling. Een (medisch) specialist in opleiding7Deze situatie heeft geen betrekking op de verpleegkundig specialist ggz. een deel van de opleiding buiten Nederland kan volgen als er vooraf toestemming is van de relevante registratiecommissie of opleidingsinstituut als genoemd in de artikelen 1.17 tot en met 1.19. Voorwaarden zijn: Het dienstverband en/of de arbeidsovereenkomst tussen de opleidende zorgaanbieder en de (medisch) specialist in opleiding moet voortduren; De opleiding buiten Nederland is vastgelegd in het opleidingsschema; De opleiding buiten Nederland mag niet leiden tot verlenging van de duur van de opleiding. De beschikbaarheidbijdrage kan naast de in artikel 9.5 genoemde omstandigheden lager worden vastgesteld als: Een (medisch) specialist in opleiding (tijdelijk) stopt met de opleiding. Dit wordt aangemerkt als uitval, ongeacht de reden daarvan. Als uitzondering op het voorgaande zal de beschikbaarheidbijdrage in ieder geval niet lager worden vastgesteld indien sprake is van: Uitval wegens van ziekte: een zieke (medisch) specialist in opleiding telt mee in het gerealiseerde aantal fte indien de zorgaanbieder een loondoorbetalingsverplichting heeft; of onderbreking van de opleiding gedurende een geschil: de periode van onderbreking telt mee in het gerealiseerde aantal fte indien de zorgaanbieder een loonbetalingsverplichting heeft. De (medisch) specialist in opleiding tijd besteedt aan activiteiten die buiten de opleiding vallen, bijvoorbeeld het verrichten van onderzoek. De (medisch) specialist in opleiding vrijstellingen heeft en daardoor eerder gevolgde onderdelen van de opleiding niet hoeft te volgen. De opleiding (gedeeltelijk) in eigen tijd wordt gevolgd. De (medisch) specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar in dienst is bij het Ministerie van Defensie. De opleiding wordt gevolgd bij een zorgaanbieder. Het salaris van de (medisch) specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar wordt betaald door het Ministerie van Defensie. De NZa houdt er bij de vaststelling van de definitieve beschikbaarheidbijdrage van de opleidingen tot (medisch) specialist rekening mee dat: Opleidingen niet altijd per 1 januari van het jaar beginnen. Een (medisch) specialist in opleiding die een doorstroomplaats (medisch) specialist bezet, gedurende het jaar kan wisselen van opleidende zorgaanbieder volgens de regels van de registratiecommissie. De wijzigingen worden door de NZa verwerkt bij de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage. Mutaties kunnen alleen plaatsvinden bij doorstroomplaatsen (medisch) specialist in opleiding, met uitzondering van de situatie als genoemd in artikel 1.14 sub b. De opleidende zorgaanbieder een aanvraag indient voor vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage van de instroomplaatsen (medisch) specialist van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding. Gelet op artikel 6.2 vindt de bekostiging van deze vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding volledig bij de vaststelling plaats. Een instroomplaats (medisch) specialist in opleiding met een vooropleiding in het verdeelplan wordt toegewezen aan de opleidende zorgaanbieder waar de eindopleiding wordt gevolgd. De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt vastgesteld, waarbij: Het aantal gerealiseerde fte per opleiding wordt bepaald, rekening houdend met de criteria van de artikelen 10.1 tot en met 10.3. De vergoedingsbedragen, zoals vastgesteld door de Minister en geïndexeerd door de NZa, worden bepaald per opleiding. Bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage vergoedingsbedragen wordt er rekening gehouden met de staffel zoals omschreven in artikel 6, tweede lid van de aanwijzing8De aanwijzing van 17 september 2012, MC-U-3131142.. In afwijking op artikel 10.4 sub a zijn de vergoedingsbedragen voor de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychiater in de ggz, klinisch geriater in de ggz en verpleegkundig specialist in de ggz en verslavingsarts door de NZa vastgesteld. Deze vergoedingsbedragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel. Bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage voor deze opleidingen is met uitzondering van de opleiding tot verslavingsarts rekening gehouden met de staffel zoals beschreven in artikel 6.7. In afwijking op artikel 10.4 sub a zijn de vergoedingsbedragen voor de arts verstandelijk gehandicapten, huisarts en specialist ouderengeneeskunde door de NZa vastgesteld. Deze vergoedingsbijdragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel. In afwijking op artikel 10.4 sub a is het vergoedingsbedrag voor de sportarts door de NZa vastgesteld. Dit vergoedingsbedrag staat in Bijlage 1 van deze beleidsregel. Voor specifieke opleidingen van de in artikel 1.20 genoemde werkgevers is per opleiding een component voor onvoorziene kosten aan het vergoedingsbedrag toegevoegd ter hoogte van 2% van het vergoedingsbedrag. Indien de algemene reserve per opleiding op 31 december hoger is dan 10% van de totale omzet uit de beschikbaarheidsbijdrage per opleiding exclusief de component voor onvoorziene kosten, wordt de component voor onvoorziene kosten bij de vaststelling in mindering gebracht op de beschikbaarheidbijdrage. De instelling dient bij de aanvraag tot vaststelling een jaarrekening in, voorzien van een goedkeurende controleverklaring van de accountant. In de jaarrekening dient onder het eigen vermogen de algemene reserve te zijn uitgesplitst naar elke opleiding waarvoor een beschikbaarheidbijdrage is ontvangen. Het aantal gerealiseerde fte per opleiding vermenigvuldigd wordt met het corresponderende vergoedingsbedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel