De op grond van artikel 6 en 7 van deze beleidsregel totaal verleende beschikbaarheidbijdrage wordt voor 85% bevoorschot aan de opleidende zorgaanbieder die haar aanvraag voor 1 oktober van jaar t–1 heeft ingediend. Dit in afwijking van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.
De bevoorschotting vindt in 10 termijnen plaats met de volgende verdeling: januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7% en oktober 8%. In de maanden november en december van jaar t vindt geen bevoorschotting plaats. Dit in afwijking van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.
De feitelijke uitbetaling van de voorschotten gebeurt door Zorginstituut Nederland (ZINL).
Artikel 8
Bevoorschotting
Onderdeel van Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2023· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 3 oktober 2024