Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Volmacht en machtiging van diensthoofden en leidinggevenden

Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten-Generaal 2024· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2024

1. Aan de diensthoofden wordt volmacht en machtiging verleend tot: het uitoefenen van integraal management van de onder hun verantwoordelijkheid vallende dienst, tenzij in dit besluit anders is bepaald; het nemen van het besluit tot het aangaan van een dienstverband als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van dit besluit met onder hen ressorterende medewerkers; het nemen van het besluit tot het indienen van een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder d, van dit besluit met onder hen ressorterende medewerkers; het nemen van het besluit tot het indienen van een verzoek om toestemming aan het UWV om een arbeidsovereenkomst op te zeggen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder f, van dit besluit met onder hen ressorterende medewerkers; het uitoefenen van de navolgende rechtshandelingen, voor zover dit ziet op de onder hun verantwoordelijkheid vallende dienst en met inachtneming van de in hoofdstuk 3 genoemde grensbedragen: het afsluiten van koop-, huur- of leaseovereenkomsten; het verlenen van opdrachten voor het aannemen van werk; het toekennen van een parkeerplaats in de parkeergarage voor zover de medewerker ressorteert onder de portefeuille van de desbetreffende directeur. 2. Met uitzondering van artikel 5, eerste lid, onder a, van dit besluit wordt aan de leidinggevenden machtiging verleend voor het uitoefenen van integraal management ten aanzien van zijn eigen team, tenzij in dit besluit anders is bepaald. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel