**1.** In het advies dat de provinciale staten op grond van artikel 2.61, derde lid, van de wet aan het Commissariaat uitbrengen, dienen de provinciale staten uitsluitend vast te stellen:
of de aanvrager een rechtspersoon naar Nederlands recht is met volledige rechtsbevoegdheid;
of de aanvrager zich blijkens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stelt op regionaal niveau de publieke mediaopdracht uit te voeren door media-aanbod te verzorgen dat is gericht op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in de provincie leven; en
of de aanvrager statutair over een orgaan beschikt dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende provincie(s) voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen en het beleid voor het media-aanbod bepaalt.
**2.** Bij de beoordeling van het criterium genoemd in het eerste lid, sub c, dienen de provinciale staten in ieder geval te beoordelen of:
de belangrijkste maatschappelijke, culturele, geestelijke en godsdienstige stromingen binnen de desbetreffende provincie vertegenwoordigd zijn binnen de mediaraad;
de leden van de mediaraad afgevaardigden zijn van organisaties die actief zijn binnen de stroming die het desbetreffende lid van de mediaraad vertegenwoordigt en/of de leden van de mediaraad aantoonbare ervaring of kennis hebben waardoor zij als representant van de betreffende stroming kunnen worden aangemerkt.
**3.** Bij het uitbrengen van het advies aan het Commissariaat, dient de provincie mee te sturen:
een ondertekend en deugdelijk gemotiveerd statenbesluit;
het bijbehorende statenvoorstel van gedeputeerde staten, inclusief alle stukken die aan het statenvoorstel ten grondslag zijn gelegd;
een internetlink naar de openbare opname van de Provinciale Statenvergadering waarin het besluit is genomen; en
de ledenlijst van de mediaraad op basis waarvan de provinciale staten het besluit tot vaststelling van het advies hebben genomen.
Hoofdstuk IV
Artikel 7
Advies provinciale staten
Onderdeel van Beleidsregel aanwijzingsprocedure regionale publieke media-instellingen 2024· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2024