Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vrijstellingsregelingen

Onderdeel van Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra versie 1 januari 2025· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 16 oktober 2024

Om financiële drempels bij het aannemen van uitkeringsgerechtigden weg te nemen, is het mogelijk om onder voorwaarden gebruik te maken van een vrijstelling voor de reguliere verlagingsvereisten. De werkgever komt in aanmerking voor vrijstelling van de voorwaarden van hoofdstuk 2, wanneer is voldaan aan het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid. Er wordt vrijstelling verleend, als: de werknemer ten minste 3 maanden direct voorafgaand aan het in dienst treden bij de werkgever recht heeft gehad op een werkloosheidsuitkering vanuit het primair onderwijs als bedoeld in artikel 190, derde lid, onder f van de Wpo of artikel 169, derde lid, onder f van de Wec; de werknemer direct voorafgaand aan het ontstaan van het recht op de onder a genoemde werkloosheidsuitkering, in dienst was bij dezelfde werkgever of diens rechtsvoorganger. En de onder a genoemde uitkering is door de betrokken uitkeringsinstantie aan deze werkgever gekoppeld. de werkgever uiterlijk 10 werkdagen na de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst het in dienst nemen van de werknemer meldt bij het Participatiefonds. De manier waarop de werkgever dat moet doen, staat beschreven in Mijn Pf; en de arbeidsovereenkomst ten minste 6 maanden en maximaal 12 maanden ononderbroken heeft geduurd. Hieronder wordt ook de situatie bedoeld dat meerdere arbeidsovereenkomsten elkaar zonder onderbreking hebben opgevolgd gedurende ten minste 6 maanden en maximaal 12 maanden. Om het gestelde in het eerste lid, onder d, aan te tonen, levert de werkgever de arbeidsovereenkomst aan waaruit de datum indiensttreding blijkt en een document waaruit de datum van het einde van de arbeidsovereenkomst blijkt. Als het Participatiefonds vrijstelling heeft verleend, geldt een eigen bijdrage die gelijk is aan de eigen bijdrage voor de werkloosheidsuitkering, genoemd in het eerste lid, onder a, waarbij deze eigen bijdrage maximaal 50 procent bedraagt. Om financiële drempels bij het aannemen van uitkeringsgerechtigden weg te nemen, is het mogelijk om onder voorwaarden gebruik te maken van een vrijstelling voor de reguliere verlagingsvereisten. Voor werknemers die op of na 1 augustus 2022 een dienstverband zijn aangegaan, komt de werkgever in aanmerking voor vrijstelling van de voorwaarden van hoofdstuk 2, wanneer is voldaan aan het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid. Er wordt vrijstelling verleend, als: de werknemer ten minste 3 maanden direct voorafgaand aan het in dienst treden bij de werkgever recht heeft gehad op een werkloosheidsuitkering vanuit het primair onderwijs als bedoeld in artikel 190, derde lid, onder f van de Wpo of artikel 169, derde lid, onder f van de Wec; de werknemer direct voorafgaand aan het ontstaan van het recht op de onder a genoemde werkloosheidsuitkering, niet in dienst was bij dezelfde werkgever, of bij de rechtsvoorganger daarvan. En de onder a genoemde uitkering is door de betrokken uitkeringsinstantie aan deze werkgever gekoppeld; de werkgever uiterlijk 10 werkdagen na de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst het in dienst nemen van de werknemer meldt bij het Participatiefonds. De manier waarop de werkgever dat moet doen, staat beschreven in Mijn Pf; en de arbeidsovereenkomst ten minste 6 maanden en maximaal 12 maanden ononderbroken heeft geduurd. Hieronder wordt ook de situatie bedoeld dat meerdere arbeidsovereenkomsten elkaar zonder onderbreking hebben opgevolgd gedurende ten minste 6 maanden en maximaal 12 maanden. Om het gestelde in het eerste lid, onder d, aan te tonen, levert de werkgever de arbeidsovereenkomst aan waaruit de datum indiensttreding blijkt en een document waaruit de datum van het einde van de arbeidsovereenkomst blijkt. Als het Participatiefonds vrijstelling heeft verleend, geldt een eigen bijdrage van 0 procent van de werkloosheidsuitkeringskosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel