**1.** De Raad besluit de overeenkomst met een opzegtermijn van één maand te beëindigen als:
de bewindvoerder Wsnp niet meer voldoet aan de in artikel 1 onder b genoemde beleidsregels of de in artikel 1 onder h genoemde gedragsregels;
de bewindvoerder Wsnp in het kader van de permanente educatie per drie jaar geen certificaat kan overleggen van het behalen van een opleiding die voldoet aan de voorwaarden zoals omgeschreven in artikel 3 lid 1 onder c;
als wijziging van het beleid daar aanleiding toe geeft of;
als wijziging van de aan deze overeenkomst ten grondslag liggende wettelijke bepalingen of wijziging van andere wettelijke bepalingen daar aanleiding toe geeft.
**2.** In zwaarwegende omstandigheden kan de Raad besluiten de overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen. Dit geldt onder andere in de volgende gevallen:
als de bewindvoerder Wsnp niet voldoet aan de in artikel 3 lid 1 sub a van deze regeling gestelde voorwaarde;
als de Raad, al dan niet naar aanleiding van een advies van de klachtenadviescommissie, tot het oordeel komt dat voorzetting van de overeenkomst niet langer verantwoord is.
Hoofdstuk II
Artikel 4
Beëindiging van de overeenkomst
Onderdeel van Regeling toevoeging bewindvoerders Wsnp III· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2024