De vrijstelling van nationale belastingheffing vindt haar oorsprong in het uitgangspunt dat functionarissen van internationale organisaties in staat moeten zijn hun werk onafhankelijk uit te voeren en die onafhankelijkheid alleen gewaarborgd kan worden wanneer de bevoegdheid tot het vaststellen van het werkelijke bedrag van de door haar functionarissen genoten salarissen uitsluitend aan de betreffende organisatie toekomt. Tevens wordt daarmee eenzelfde netto-inkomen gegarandeerd, onafhankelijk van het land waar de functionaris woont of diens nationaliteit. Om die redenen is zowel directe als indirecte heffing over de genoten inkomsten van ambtenaren van de Europese Unie niet toegestaan.2Zie bijvoorbeeld HvJ 16 december 1960, nr. 6/60 (Humblet), ECLI:EU:C:1960:48. blz. 1167, 1199 en 1200; en HvJ 5 juli 2012, nr. C-558/10 (Bourgès-Maunoury en Heintz), ECLI:EU:C:2012:418. Vanwege het streven naar harmonisering van fiscale privileges geldt dit ook voor functionarissen van andere internationale organisaties.
Artikel 2
Achtergrond vrijstelling functionarissen van internationale organisaties
Onderdeel van Besluit fiscale behandeling functionarissen van internationale organisaties en diplomaten· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 22 oktober 2024