Naar hoofdinhoud
De inspecteur-generaal is niet bevoegd om zelfstandig verzoeken in het kader van de Wet open overheid, de Wet Nationale ombudsman of de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover die verband houden met de uitvoering van de in de artikelen 2, 3 en 6 van dit besluit bedoelde taken namens de minister af te doen. Dergelijke zaken worden door de inspecteur-generaal inhoudelijk voorbereid en ter afdoening, door tussenkomst van de Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie, aan de directeur generaal volkshuisvestiging en bouwen van het ministerie onderscheidenlijk de minister voorgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel