Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1

Artikel 4.1

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling BES· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025

1. Onze Minister en het bestuurscollege zijn de verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens in de uitoefening van hun taken. 2. Onze Minister en het bestuurscollege zijn bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de cliënt, waaronder persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van diens behoefte aan ondersteuning van zijn participatie of zelfredzaamheid dan wel opvang en beschermd wonen, alsmede persoonsgegevens van diens partner, ouders, inwonende kinderen en andere huisgenoten die noodzakelijk zijn om vast te stellen welke hulp deze aan de cliënt bieden of kunnen bieden, voor zover deze zijn verkregen in het kader van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, of artikel 2.15 en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de artikelen 2.6 tot en met 2.16. 3. Onze Minister en het bestuurscollege zijn bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de mantelzorger van de cliënt en van andere personen in het sociale netwerk van de cliënt dan die bedoeld in het tweede lid, die noodzakelijk zijn om vast te stellen welke hulp deze aan de cliënt biedt of kan bieden, voor zover deze zijn verkregen van betrokkene of van de cliënt en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de artikelen 2.6 tot en met 2.16. 4. Onze Minister en het bestuurscollege zijn bevoegd persoonsgegevens van de cliënt, waaronder persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de behoefte van de cliënt aan ondersteuning van zijn participatie of zelfredzaamheid dan wel opvang of beschermd wonen, alsmede persoonsgegevens van diens partner, ouders, inwonende kinderen en andere huisgenoten die noodzakelijk zijn met het oog op een goede afstemming van te verlenen ondersteuning op hulp aan die personen, die het bestuurscollege of Onze Minister heeft verkregen ten behoeve van de uitvoering van de taken die bij of krachtens artikel 18.4.1 tot met 18.4.7 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan Onze Minister of het bestuurscollege zijn opgedragen, tevens te verwerken voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de artikelen 2.6 tot en met 2.16. 5. Onze Minister en het bestuurscollege zijn bevoegd tot verwerking van persoonsgegevens van de cliënt, waaronder persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst met een aanbieder van maatschappelijke ondersteuning tot levering van maatwerkvoorzieningen. 6. Onze Minister, het bestuurscollege en een aanbieder van maatschappelijke ondersteuning gebruiken, indien de cliënt hierover beschikt, het identificatienummer van de cliënt met het doel te waarborgen dat de in het kader van de maatschappelijke ondersteuning te verwerken persoonsgegevens op die cliënt betrekking hebben. 7. Bij gegevensuitwisseling tussen Onze Minister, het bestuurscollege en een aanbieder van maatschappelijke ondersteuning wordt, voor zover die personen en instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het identificatienummer van de cliënt gebruikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel