Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.7

Looptijd van de activiteiten en projectperiode

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2026

1. De activiteiten starten uiterlijk drie maanden na de datum van de subsidieverlening, met uitzondering van de activiteiten in de sector onderwijs. Deze starten uiterlijk in de maand februari volgend op de datum van de subsidieverlening. 2. De projectperiode van een activiteitenplan start op de dag waarop het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.6, opengaat waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend. De projectperiode eindigt op de dag waarop de looptijd, bedoeld in het derde en vierde lid, eindigt. 3. De activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel c en e, en tweede lid, onderdeel b, hebben een looptijd van minimaal zeventien weken en maximaal 52 weken, gerekend vanaf de startdatum van de activiteit. 4. De activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel a, b en d, en tweede lid, onderdeel a, hebben een looptijd van minimaal 26 weken en maximaal 52 weken, gerekend vanaf de startdatum van de activiteit. 5. De Minister kan eenmalig de looptijd, bedoeld in het derde en vierde lid, op verzoek van de subsidieontvanger verlengen met een periode van maximaal 10 weken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel