Dit besluit bevat mijn beleid voor de zeescheepvaart wat betreft de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting.
Onderdeel 2 behandelt toepassing van de normale winstbepalingsregels bij zeescheepvaart en met name de afschrijving.
Onderdeel 3 bevat het beleid voor samenwerkingsverbanden in de zeescheepvaart en regelt ook centrale behandeling van deze verbanden binnen de Belastingdienst.
Onderdeel 4 bevat mijn beleid voor het zogenoemde tonnageregime: het op verzoek en onder voorwaarden toepasbare bijzondere winstregime voor de zeescheepvaart.
zeeschip: een schip als bedoeld in artikel 3.22, vierde lid, onderdelen a en b, Wet IB 2001
nieuw zeeschip: een zeeschip dat door de koper voor het eerst in gebruik wordt genomen
Vamil: willekeurige afschrijving milieu-bedrijfsmiddelen, als bedoeld in artikel 3.31 Wet IB 2001
zor: zeescheepvaart onbelaste reserve (artikel 3.23, derde lid, Wet IB 2001)
tonnageregeling: forfaitaire vaststelling van de winst uit zeescheepvaart aan de hand van nettotonnage
winst uit zeescheepvaart: winst als bedoeld in artikel 3.22, vierde lid, Wet IB 2001
richtsnoeren: Mededeling C(2004) 43 van de Commissie – Communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun voor het zeevervoer (Publicatieblad van de Europese Unie van 17 januari 2004, 2004/C 13/03)
Rfwz:Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart 2001
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, winst uit zeescheepvaart, afschrijving op zeeschepen, samenwerkingsverbanden in zeescheepvaartondernemingen en forfaitaire winstvaststelling· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 16 november 2024