**1.** De penvoerder:
is de partij met wie het Fonds de subsidierelatie aangaat. De penvoerder is volledig verantwoordelijk voor de naleving van de subsidieverplichtingen en voor de financiële en inhoudelijke subsidieverantwoording;
is verplicht tot kennisdeling, monitoring en evaluatie van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt;
zet in het projectplan uiteen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan kennisdeling;
is verplicht deel te nemen aan het landelijke kennisdelingstraject door het Fonds en het LKCA. Bijkomende kosten hiervoor komen voor rekening van het Fonds;
reserveert op de begroting een reëel bedrag voor monitoring en evaluatie van activiteiten die in het kader van de regeling worden verricht;
zet in het projectplan uiteen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan het monitoring- en evaluatietraject;
bespreekt een keer per jaar de voortgang van het project met het Fonds en het openbaar lichaam en neemt halverwege de periode deel aan een tussentijdse evaluatie;
is verplicht deel te nemen aan het landelijke traject voor monitoring en evaluatie door het Fonds;
stelt het projectplan, verantwoordingen, evaluaties en contactgegevens van de penvoerder beschikbaar voor de kennisdelingsactiviteiten die worden georganiseerd door het LKCA.
**2.** Het project:
start niet eerder dan dertien weken na het indienen van de aanvraag;
heeft een looptijd van 15 maart 2025 tot en met uiterlijk 31 december 2028.
Het Fonds kan besluiten van deze termijnen afwijken.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.12
Bijzondere verplichtingen
Onderdeel van Regeling Cultuureducatie voor het Caribisch deel van het Koninkrijk 2025–2028· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 20 november 2024