Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.12

Bijzondere verplichtingen

Onderdeel van Regeling Cultuureducatie voor het Caribisch deel van het Koninkrijk 2025–2028· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 20 november 2024

1. De penvoerder: is de partij met wie het Fonds de subsidierelatie aangaat. De penvoerder is volledig verantwoordelijk voor de naleving van de subsidieverplichtingen en voor de financiële en inhoudelijke subsidieverantwoording; is verplicht tot kennisdeling, monitoring en evaluatie van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt; zet in het projectplan uiteen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan kennisdeling; is verplicht deel te nemen aan het landelijke kennisdelingstraject door het Fonds en het LKCA. Bijkomende kosten hiervoor komen voor rekening van het Fonds; reserveert op de begroting een reëel bedrag voor monitoring en evaluatie van activiteiten die in het kader van de regeling worden verricht; zet in het projectplan uiteen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan het monitoring- en evaluatietraject; bespreekt een keer per jaar de voortgang van het project met het Fonds en het openbaar lichaam en neemt halverwege de periode deel aan een tussentijdse evaluatie; is verplicht deel te nemen aan het landelijke traject voor monitoring en evaluatie door het Fonds; stelt het projectplan, verantwoordingen, evaluaties en contactgegevens van de penvoerder beschikbaar voor de kennisdelingsactiviteiten die worden georganiseerd door het LKCA. 2. Het project: start niet eerder dan dertien weken na het indienen van de aanvraag; heeft een looptijd van 15 maart 2025 tot en met uiterlijk 31 december 2028. Het Fonds kan besluiten van deze termijnen afwijken.

Rechtspraak bij dit artikel