**1.** Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium IBZ_C op:
de indeling in IBZ_C-klassen 2025 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 7 van deze Beleidsregels;
de som van de kosten over 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 aan het Zorginstituut hebben aangeleverd van:
verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; en
kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg;
de som van de kosten 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 aan het Zorginstituut hebben aangeleverd van:
verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; en
kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg;
de opgave per 18 juni 2024 van kosten verloskunde voor medisch-specialistische zorg en verblijf gezonde zuigelingen 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van Vektis aan het Zorginstituut; en
de opgave per 6 juni 2024 van kosten verloskunde voor medisch-specialistische zorg en verblijf gezonde zuigelingen 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van Vektis aan het Zorginstituut.
**2.** Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met e, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2022 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 7 van deze Beleidsregels, in welke IBZ_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte gelijk aan de verzekeringsperiode in het PKB 2023.
**3.** Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2023 en past hierop een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
**4.** Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium IBZ_C de toepasselijke trendfactor toe. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2023 voor het eerst voorkomen per IBZ_C-klasse de gemiddelde prevalentie voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2023 toe.
**5.** Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2024 en past hierop een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
**6.** Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2024 voor het eerst voorkomen per IBZ_C-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2024 toe.
**7.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen IBZ_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen IBZ_C’ in.
**8.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden in alle klassen van het criterium IBZ_C naar de macroverzekerdenraming.
2 Hoofdstuk II
Artikel 2.11
IBZ_C
Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2025· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 november 2024