Naar hoofdinhoud

2 Hoofdstuk II

Artikel 2.11

IBZ_C

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2025· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 november 2024

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium IBZ_C op: de indeling in IBZ_C-klassen 2025 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 7 van deze Beleidsregels; de som van de kosten over 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 aan het Zorginstituut hebben aangeleverd van: verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; en kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; de som van de kosten 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 aan het Zorginstituut hebben aangeleverd van: verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; en kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; de opgave per 18 juni 2024 van kosten verloskunde voor medisch-specialistische zorg en verblijf gezonde zuigelingen 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van Vektis aan het Zorginstituut; en de opgave per 6 juni 2024 van kosten verloskunde voor medisch-specialistische zorg en verblijf gezonde zuigelingen 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van Vektis aan het Zorginstituut. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met e, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2022 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 7 van deze Beleidsregels, in welke IBZ_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte gelijk aan de verzekeringsperiode in het PKB 2023. 3. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2023 en past hierop een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium IBZ_C de toepasselijke trendfactor toe. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2023 voor het eerst voorkomen per IBZ_C-klasse de gemiddelde prevalentie voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2023 toe. 5. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2024 en past hierop een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 6. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2024 voor het eerst voorkomen per IBZ_C-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2024 toe. 7. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen IBZ_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen IBZ_C’ in. 8. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden in alle klassen van het criterium IBZ_C naar de macroverzekerdenraming.

Rechtspraak bij dit artikel