**1.** Het Zorginstituut baseert het aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium DKG_G op:
de indeling in DKG_G-klassen 2025 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 5 van deze Beleidsregels;
de opgave van de zorgverzekeraar per 1 juni 2026 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle GGZ-prestaties in 2024;
de opgave van de zorgverzekeraar per 1 juni 2025 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle GGZ-prestaties in 2023;
de opgave van de zorgverzekeraar per 1 juni 2024 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle GGZ-prestaties in 2022; en
de raming van de Nederlandse Zorgautoriteit van de directe en indirecte behandelminuten per prestatie onder het Zorgprestatiemodel, zoals vastgelegd in de Verantwoording tarieven Zorgprestatiemodel.
**2.** Het Zorginstituut bepaalt een ophoogfactor per prestatie met de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, door de som van de directe en indirecte behandelminuten te delen door het aantal directe behandelminuten.
**3.** Het Zorginstituut past op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d, per prestatie de toepasselijke ophoogfactor toe op het aantal gedeclareerde behandelminuten.
**4.** Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, na toepassing van het derde lid, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2025. Het Zorginstituut bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 5 van deze Beleidsregels, in welke DKG_G-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
**5.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen DKG_G’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen DKG_G’ in.
4 Hoofdstuk IV
Artikel 4.6
DKG_G
Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2025· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 november 2024