Deze aanwijzing schetst de kaders en voorwaarden voor zelfmelden van en medewerking aan een strafrechtelijk onderzoek naar (signalen van) mogelijke strafbare feiten gepleegd binnen de sfeer van een rechtspersoon, met uitzondering van rechtstreekse schendingen van de fysieke integriteit van natuurlijke personen (hierna: mogelijke strafbare feiten).
Voor zelfmelden door een rechtspersoon van betrokkenheid bij mogelijke strafbare feiten en/of medewerking aan een strafrechtelijk onderzoek naar die feiten, kan de officier van justitie een korting geven op de eis ter zitting van een geldboete als bedoeld in artikel 9 eerste lid onder a sub 4 juncto artikel 23 Wetboek van Strafrecht, een geldboetecomponent in een transactie als bedoeld in artikel 74 tweede lid onder a Wetboek van Strafrecht of een geldboete in een strafbeschikking als bedoeld in artikel 257a tweede onder b Wetboek van Strafvordering (hierna: geldboete).1De korting die de officier van justitie op grond van deze aanwijzing kan toepassen, ziet uitdrukkelijk niet op andere straffen of maatregelen, zoals de ontneming van wederrechtelijk voordeel en de schadevergoedingsmaatregel.
Medewerking aan een strafrechtelijk onderzoek kan omvatten dat zelfonderzoek wordt uitgevoerd en de (bron)documenten daarvan ter beschikking worden gesteld aan de opsporingsdienst en het Openbaar Ministerie (hierna: OM).
Artikel 1
Samenvatting
Onderdeel van Aanwijzing zelfmelden, medewerking en zelfonderzoek· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025