Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Zelfmelden

Onderdeel van Aanwijzing zelfmelden, medewerking en zelfonderzoek· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025

Als naar het oordeel van het OM een zelfmelding significant bijdraagt aan de opsporing en vervolging van strafbare feiten en aan de onderstaande voorwaarden is voldaan, dan kan de officier van justitie een korting van maximaal 25% toepassen op de geldboete die het OM zonder die zelfmelding passend zou achten. Om in aanmerking te kunnen komen voor (een deel van) deze geldboetekorting, moet de betrokken rechtspersoon: mogelijke strafbare feiten vrijwillig, volledig en tijdig op een duidelijke en gestructureerde wijze schriftelijk melden bij de rechercheofficier van justitie van het verantwoordelijke Parket; de op het moment van de melding beschikbare gegevens en (bron)documenten overhandigen aan het OM die relevant zijn in het kader van het strafrechtelijke onderzoek naar de gemelde strafbare feiten, waaronder gegevens en (bron)documenten over: de betrokken en/of verantwoordelijke (rechts)personen; alle (overige signalen van) mogelijke strafbare feiten die vermoedelijk door en binnen (de sfeer van) die rechtspersoon zijn gepleegd; (vermogensbestanddelen die (middellijk) afkomstig zijn uit die mogelijke strafbare feiten en/of die kunnen dienen voor verhaal van) schade en wederrechtelijk verkregen voordeel uit die feiten. Als naar het oordeel van het OM niet (in voldoende mate) aan voornoemde voorwaarden is voldaan, kan de officier van justitie een lager kortingspercentage toepassen of afzien van het geven van een korting. Bijvoorbeeld als tijdens het strafrechtelijk onderzoek blijkt dat niet alle (signalen van) mogelijke strafbare feiten die redelijkerwijs op het moment van de melding bij de rechtspersoon bekend te achten waren, vrijwillig en tijdig zijn gemeld. De toegekende korting blijft in ieder geval beperkt tot de geldboete voor strafbare feiten die vrijwillig en tijdig zijn gemeld.

Rechtspraak bij dit artikel