**1.** De minister bepaalt het tijdstip en de duur van de biedronden.
**2.** Een biedronde eindigt op het tijdstip waarop de door de minister bepaalde duur van de biedronde is verstreken of, indien dat eerder is, op het tijdstip waarop alle resterende deelnemers een bod hebben uitgebracht.
**3.** In afwijking van het tweede lid, kan de minister bij het vaststellen van de duur van een biedronde bepalen dat de biedronde niet eerder eindigt dan nadat de door de minister bepaalde duur is verstreken.
Hoofdstuk 3 › § 3.3
Artikel 3.11
Biedronden
Onderdeel van Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen niet-landelijke commerciële radio-omroep 2024· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 26 november 2024