Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Richtlijnen

Onderdeel van Beleidsregeling Beleidskader beoordeling gedrag gedurende gehele detentie (herziene versie)· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 29 november 2024

Met onderstaande richtlijnen moet de vraag beantwoord worden in hoeverre het gedrag gedurende de gehele detentie voldoende is om voor het re-integratiedoel het aangevraagde verlof te verlenen. Hoe weegt het gewenste gedrag van een gedetineerde op tegen eventueel ongewenst en ontoelaatbaar gedrag en hoe heeft het gedrag zich tijdens de detentie ontwikkeld? Toelichting De bedoeling van de Wet straffen en beschermen is om gedetineerden te stimuleren om gedurende de gehele detentie gewenst gedrag te vertonen. Het is van belang dat het gedrag wordt bekeken in het licht van de persoon van de gedetineerde, zijn mogelijkheden en de omstandigheden. Bij de beoordeling van het gedrag gedurende gehele detentie is het daarom van belang om aandacht te besteden aan het gewenste/goede gedrag van de gedetineerde en te bekijken hoe dit opweegt tegen eventueel negatieve/ongewenst en ontoelaatbaar gedrag over de gehele detentie (dus ook als de gedetineerde voor een periode in een regime zat waar het systeem van promoveren en degraderen niet van toepassing is). Daarbij dient ook gekeken te worden naar een mogelijke verandering in gedrag tussen de periode in het HvB en de periode in de gevangenis. Is het gedrag dat de gedetineerde heeft vertoond relevant voor het re-integratiedoel waarvoor verlof is aangevraagd? Toelichting Het vertoonde gedrag staat niet altijd in verhouding tot of is niet altijd relevant voor het re-integratiedoel van het verlof. Bijvoorbeeld wanneer een gedetineerde een ID-bewijs wil aanvragen en hiervoor op kortdurend re-integratieverlof wil, is het (ongewenste) gedrag op de afdeling minder relevant.7Het toetsingskader promoveren en degraderen wijzigt niet en ongewenst/ ontoelaatbaar dient ook zo te worden beoordeeld. Voor een positieve re-integratie in de samenleving is het hebben van een ID-bewijs belangrijk, dit kan dan ook zwaarder wegen dan eventueel vertoond ongewenst gedrag. Bijvoorbeeld als er re-integratieverlof voor extramurale arbeid is aangevraagd en de gedetineerde vertoonde een aantal keer ongewenst gedrag op de arbeid, dan is dat ongewenst gedrag mogelijk wel relevant voor het re-integratiedoel. Heeft de gedetineerde gedurende detentie ongewenst of ontoelaatbaar gedrag vertoond waarvoor een disciplinaire straf is opgelegd en/of zijn er toezichtsmaatregelen opgelegd geweest? Indien ja: Wat was de aard en ernst van het gedrag? Is er aangifte gedaan? In hoeverre hield het gedrag verband met het gepleegde delict? Wanneer in het detentietraject heeft dit gedrag plaatsgevonden? Hoe verhouden het aantal straffen of de toezichtsmaatregelen zich tot de strafduur? Hoe heeft het gedrag zich daarna ontwikkeld? Toelichting Er dient te worden bekeken of er disciplinaire straffen of toezichtsmaatregelen zijn opgelegd en hoe vaak (en hoe lang) dit is voorgekomen. Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden met de vraag in hoeverre het gedrag waarvoor deze straf of toezichtsmaatregel is opgelegd verband hield met het gepleegde delict. Als een gedetineerde bijvoorbeeld is veroordeeld voor een geweldsdelict en het agressieve gedrag zet zich voort in detentie, dan weegt dit zwaarder mee dan wanneer het gaat om een eenmalig incident dat losstaat van het delict. Ook is de ontwikkeling van het gedrag van een gedetineerde na het opleggen van een disciplinaire straf of een toezichtsmaatregel van belang (hoe was het gedrag voor, tijdens en na het incident of die maatregelen?). Hebben incidenten zich bijvoorbeeld in het HvB voorgedaan en ging het in de gevangenis beter? Wanneer er al sinds lange tijd geen incidenten meer hebben plaatsgevonden kan wellicht gesproken worden van een positieve gedragsontwikkeling. Is er bij de gedetineerde sprake van beperkt doenvermogen/zijn er onderliggende redenen of beperkingen die het eventuele ongewenste gedrag kunnen verklaren (zoals een licht verstandelijke beperking of een verslaving)? Toelichting Gedetineerden moeten begrijpen welk gedrag van hun verwacht wordt en moeten in staat zijn om hierna te kunnen handelen. Het is bijvoorbeeld bekend dat een licht verstandelijke beperking het gedrag kan beïnvloeden. Woedeaanvallen, agressief en opstandig gedrag komen bij mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) vaker voor. Met een dergelijke beperking dient rekening te worden gehouden in de beoordeling van het gedrag gedurende de gehele detentie. Hetzelfde geldt voor verslaving en andere complexe problematiek. Ook kan het zijn dat een gedetineerde op een gegeven moment slecht nieuws krijgt waardoor hij ongewenst gedrag vertoont. Als het gedrag niet als voldoende wordt beoordeeld om re-integratieverlof of PP toe te kennen, wat is er dan specifiek in het gedrag nodig om in een later stadium alsnog op re-integratieverlof of PP te kunnen gaan? Toelichting Welke (gedrags)doelen kunnen in het D&R-plan geformuleerd worden en waaraan dient de gedetineerde te werken om in de toekomst wel op verlof te kunnen gaan. Formuleer dit zo concreet mogelijk (SMART).

Rechtspraak bij dit artikel