Per 1 januari 2023 is door de Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten de fiscale behandeling van aandelenoptierechten gewijzigd. De gevolgen van deze wijziging voor grensoverschrijdende situaties worden in dit besluit nader uitgewerkt.
Hieronder staan de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het besluit van 11 februari 2002, nummer IFZ2002/40M.
In alle onderdelen zijn wijzigingen doorgevoerd in verband met de invoering van de Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten.
Onderdeel 6 (oud) is vervallen in verband met een uitgebreidere toelichting op de toerekening van aandelenoptierechten aan verrichte of te verrichten werkzaamheden in het OESO-commentaar. Die toelichting komt overeen met de Nederlandse zienswijze en is opgenomen in paragraaf 12 van het OESO-commentaar1OECD (2019), Model Tax Convention on Income and on Capital 2017 (Full Version), OECD Publishing, Paris. op artikel 15 van het OESO Modelverdrag.
In onderdeel 9 is een goedkeuring opgenomen op grond waarvan de heffing van loonbelasting achterwege gelaten kan worden als het genoten voordeel niet tot het belastbaar inkomen uit werk en woning voor de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) behoort.
Met overige redactionele wijzigingen zijn geen inhoudelijke wijzigingen beoogd.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Besluit fiscale behandeling van aandelenoptierechten in grensoverschrijdende situaties· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 7 december 2024