Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Ingangseisen

Onderdeel van Regeling Architectuur 2025–2028· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2026

Aanvragen die op grond van deze regeling worden ingediend, worden getoetst aan de volgende ingangseisen. Een subsidie op grond van deze regeling kan alleen worden verleend als: De aanvrager is een ontwerper, maker, beschouwer, ontwerpbureau, culturele instelling of organisatie is, die zich aantoonbaar positioneert binnen het vakgebied vormgeving; en De aanvragende partij staat ingeschreven in het Handelsregister van de Nederlandse Kamer van Koophandel of bij een van de Handelsregisters die vallen binnen het Koninkrijk; en Op basis van de aanvraag voor fase I redelijkerwijs kan worden gesteld dat het project waarvoor wordt aangevraagd aansluit op de taakopvatting van het Stimuleringsfonds, verwoord in artikel 2, en past binnen de reikwijdte en doelstelling van de regeling, verwoord in artikel 3. Niet in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling komen: aanvragers die worden gefinancierd via de ministeriële regeling Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2025–2028, met uitzondering van de regionale musea en erfgoedmusea binnen de creatieve industrie; aanvragers die een andere structurele subsidierelatie hebben met de rijksoverheid; projecten van aanvragers die gedurende de looptijd van het project subsidie ontvangen op grond van de Regeling Vierjarige instellingssubsidie creatieve industrie 2025–2028 of de Regeling Activiteitenprogramma's creatieve industrie van het Stimuleringsfonds; onderwijsinstellingen en postacademische instellingen, evenals projecten van (gast)onderzoekers en (gast)docenten die vanuit deze instellingen worden uitgevoerd; aanvragen gericht op de ontwikkeling van onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen; kosten voor deelname aan residenties bij instellingen die worden uitgesloten van deze regeling op basis van lid 2.a, b en c van dit artikel; aanvragers die op het moment van aanvragen als deelnemer verbonden zijn aan een postacademische instelling die wordt uitgesloten van deze regeling op basis van lid 2.a van dit artikel; projecten waarvoor op het moment van indienen van de aanvraag al een aanvraag in behandeling is binnen een andere subsidieregeling van het Stimuleringsfonds; projecten die al zijn gesubsidieerd op grond van een subsidieregeling van het Stimuleringsfonds; projecten van aanvragers die gedurende de looptijd van het project al ondersteuning ontvangen voor het uitvoeren van hun ontwikkelplan vanuit de Regeling Talentontwikkeling van het Stimuleringsfonds; aanvragen voor grootschalige festivals die in aanmerking komen voor ondersteuning op grond van de Regeling Festivals en publiekspresentaties; projecten waarvoor al tweemaal eerder subsidie is aangevraagd op grond van een regeling van het Stimuleringsfonds, die zijn afgewezen na een negatief advies; en aanvragen die niet op tijd worden ingediend of niet volledig zijn. Een aanvrager kan per subsidietijdvak niet meer dan één subsidieaanvraag indienen op grond van deze regeling. Een aanvrager kan per kalenderjaar niet meer dan één keer subsidie ontvangen op grond van deze regeling. Hierbij geldt een uitzondering voor uitgevers en producenten. Artikel II van Stcrt. 2026/2156 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel