De op grond van artikel 5 tweede lid aangevulde aanvragen worden getoetst aan onderstaande voorwaarden.
Een subsidie op grond van deze regeling kan alleen worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
De uitwerking van de aanvraag voor fase II is in lijn met de beschrijving en positionering van het project zoals ingediend voor fase I. Voor aanvragen waarbij in fase I is aangegeven dat de subsidiebehoefte niet meer dan € 25.000 bedraagt, geldt dat ook in fase II de subsidiebehoefte niet hoger mag zijn dan € 25.000.
Het project sluit aan op de taakopvatting van het Stimuleringsfonds zoals verwoord in artikel 2 en past binnen de reikwijdte en doelstellingen zoals verwoord in artikel 3.
Het project draagt bij aan het versterken van de kwaliteit, ontwikkeling of verdieping van het vakgebied digitale cultuur in Nederland, dan wel het Koninkrijk.
Het project, of de projectfase waarop de subsidie betrekking heeft, start niet voor de beschikkingsdatum. Dat betekent dat een project vanaf elf weken na de indiendatum voor fase II kan starten.
Het project start binnen zes maanden na de beschikkingsdatum.
De looptijd van het project is niet langer dan 24 maanden.
Aanvragen zijn in de Nederlandse of Engelse taal opgesteld.
Er is sprake van een begrotingstekort en de behoefte aan een subsidie is, naar het oordeel van het bestuur, aangetoond.
Er is sprake van een redelijke mate van cofinanciering, waarbij een ondergrens wordt gehanteerd van 20% van de totale projectkosten.
Van de werkwijze van de aanvrager kan redelijkerwijs worden verwacht dat de door de aanvrager gestelde doelen zullen worden bereikt.
De resultaten van het project worden gepubliceerd of op andere wijze publiek toegankelijk gemaakt.
De aanvrager past de Fair Practice Code toe bij de uitvoering en verantwoording van het project.
Als de aanvraag wordt ingediend namens een culturele instelling, dan past deze de Governance Code Cultuur 2019 toe.
Op grond van deze regeling kan geen subsidie worden verleend aan of voor:
activiteiten die al hebben plaatsgevonden of starten voor de beschikkingsdatum;
projecten waarvoor opnieuw subsidie wordt aangevraagd na een (gedeeltelijke) afwijzing, zonder dat de aanvrager nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden benoemt;
projecten, residenties of reizen die plaatsvinden in het kader van een studie, opleiding of PhD;
projecten die een reprise of een herdruk betreffen;
seriële productie, anders dan vakinhoudelijke publicaties;
arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen;
het verwerven van eigendommen, materialen of apparatuur die ook na afloop van het project een waarde vertegenwoordigen;
projecten gericht op digitalisering, zoals het digitaliseren van collecties;
projecten gericht op erfgoed, anders dan digitaal erfgoed;
het oprichten van websites of online platforms, waarbij inhoudelijk onvoldoende raakvlak is met het vakgebied digitale cultuur;
activiteiten en kosten die direct samenhangen met het oprichten van een bedrijf of organisatie, marktverkenning of commerciële haalbaarheidsstudie;
activiteiten die de reguliere bedrijfsactiviteiten niet overstijgen;
medewerkers van het fonds;
leden van de Raad van Toezicht en het bestuur van het fonds; en
een aanvrager die lid is van de adviescommissie van deze regeling die aanvragen voor de betreffende subsidie beoordeelt.
In aanvulling op de in dit artikel onder lid 1 en 2 genoemde voorwaarden toetst het Stimuleringsfonds een aanvraag waarbij een buitenlandse reis onderdeel is van het project op de volgende punten:
Veiligheid van reizen: Er wordt gekeken of er op het moment van de geplande reis beperkingen, dan wel dringende adviezen gelden voor internationale reizen naar het desbetreffende land. Voor het bestuur zijn hierbij de reisadviezen op www.nederlandwereldwijd.nl bepalend. Subsidie mag niet worden gebruikt voor reizen naar een gebied waar op het moment van reizen een reisadvies met kleurcode rood geldt.
Duurzaamheid: Het bestuur stimuleert duurzaam reizen. Als een reis voor het project per trein maximaal acht uur bedraagt, vergoedt het bestuur alleen de kosten voor reizen over land.
In het kader van Europese wet- en regelgeving ten aanzien van staatssteun geldt tevens dat voor aanvragers die kunnen worden beschouwd als onderneming subsidie op grond van deze regeling wordt geweigerd als:
ten aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening 651/2014;
de aanvrager kan worden gekwalificeerd als een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18 en artikel 1, vierde lid, onder c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening 651/2014.
Artikel II van Stcrt. 2026/2158 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.