Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 8

De consistentiestandaard en toepassing van de kwalificerende binnenlandse bijheffing veilige haven

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit minimumbelasting 2024· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Een kwalificerende binnenlandse bijheffing van een staat voldoet aan de consistentiestandaard, bedoeld in artikel 8.13, eerste lid, onderdeel b, van de wet, indien, met inachtneming van de vereiste afwijkingen die betrekking hebben op de berekening van een kwalificerende binnenlandse bijheffing: de berekening van deze bijheffing leidt tot dezelfde uitkomst als de uitkomst bij toepassing van een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel of een kwalificerende onderbelastewinstmaatregel; een staat voor de toepassing van een kwalificerende binnenlandse bijheffing: geen of een beperktere variant van een met artikel 8.3 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert; geen of een beperktere variant van een met artikel 8.7 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert; of een belastingtarief hanteert dat hoger is dan het minimumbelastingtarief. 2. Artikel 8.13 van de wet is niet van toepassing op: de groepsentiteiten van een multinationale groep in een staat, indien een of meer van deze groepsentiteiten: een doorkijkentiteit is die een uiteindelijkemoederentiteit is en niet is onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing; een doorkijkentiteit is die onderworpen is aan een inkomen-inclusiebijheffing en niet aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing; of een entiteit is ten aanzien waarvan zonder enige beperking een kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt verminderd op grond van een met artikel 14.2 van de wet vergelijkbare regeling voor multinationale groepen in de aanvangsfase; beleggingsentiteiten in een staat die in vergelijkbare omstandigheden voor de toepassing van de wet onder de reikwijdte van artikel 10.4, 10.5 of 10.6 van de wet zouden vallen en die niet zijn onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing in die staat; een joint venture of een joint venture-groep in een staat ten aanzien waarvan de kwalificerende binnenlandse bijheffing niet wordt geheven bij de joint venture of de leden van de joint venture-groep in die staat; een staatloze doorkijkentiteit die niet is onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing in de staat waarin zij is opgericht; een securitisatie-entiteit; of de groepsentiteiten van een multinationale groep die gevestigd zijn in een staat indien een of meer van die groepsentiteiten een of meer actieve belastinglatenties als bedoeld in artikel 14.1, tweede lid, onderdeel b, c, of d, van de wet hebben gevormd en de aanwending van die belastinglatentie of belastinglatenties voor de berekening van de binnenlandse bijheffing niet is uitgesloten van het totale bedrag aan gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties of de berekening van de vereenvoudigde betrokken belastingen, bedoeld in artikel 8.8, derde lid, van de wet. 3. Voor de groepsentiteiten in een staat waarbij zich niet een van de omstandigheden, bedoeld in het tweede lid, voordoet, wordt voldaan aan de consistentiestandaard indien de kwalificerende binnenlandse bijheffing in die staat voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid. 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: securitisatie-entiteit: een entiteit die deelneemt aan een securitisatie-regeling en die aan alle volgende voorwaarden voldoet: de entiteit voert alleen activiteiten uit die een of meer securitisatie-regelingen faciliteren; de entiteit verstrekt zekerheid over haar activa ten gunste van haar schuldeisers of de schuldeisers van een andere securitisatie-entiteit; de entiteit betaalt alle liquide middelen die zij uit haar activa ontvangt jaarlijks of vaker uit aan haar schuldeisers of de schuldeisers van een andere securitisatie-entiteit, anders dan: liquide middelen die worden aangehouden ter dekking van een winstbedrag voor een uiteindelijke distributie aan aandeelhouders dat volgens de voorwaarden van de regeling vereist is; of liquide middelen die redelijkerwijs vereist zijn onder de voorwaarden van de regeling om voorzieningen te treffen voor toekomstige betalingen die door de entiteit moeten worden gedaan of waarschijnlijk zullen worden gedaan krachtens de voorwaarden van de regeling, of om de kredietwaardigheid van de entiteit te behouden of te verbeteren. securitisatie-regeling: een regeling die aan de volgende voorwaarden voldoet: de regeling heeft tot doel een portefeuille van activa of blootstellingen aan activa te bundelen en opnieuw te verpakken voor investeerders die geen groepsentiteit van de groep zijn, op een manier die een of meer geïdentificeerde groepen van activa wettelijk scheidt; en de regeling beperkt de blootstelling van die investeerders aan het risico van insolventie van een entiteit die de wettelijk gescheiden activa bezit, door de mogelijkheid van geïdentificeerde schuldeisers van die entiteit of van een andere entiteit in de regeling om claims tegen haar in te dienen te beheersen door middel van contractuele overeenkomsten met die schuldeisers. Het tweede lid, onderdeel e, en het derde en vierde lid vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2023. Het tweede lid, onderdeel f, vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2025.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel