Uitgangspunt is dat eenieder de belasting betaalt die hij verschuldigd is. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor de Motorrijtuigenbelasting (MRB). Dit draagt bij aan het draagvlak voor de betreffende heffing en aan het continueren van de staatsinkomsten. Daarbij streeft het kabinet ernaar om de controle en het toezicht op de heffing en inning zo efficiënt en effectief mogelijk in te richten. Waar het gaat om de controle en het toezicht op de MRB is het efficiënt om hiervoor mede gebruik te kunnen maken van camerabeelden die gemaakt zijn op de openbare weg. Van deze camera’s is vast komen te staan dat aan alle eisen op het gebied van privacy, beveiliging en kwaliteit voldaan wordt. De locaties van deze camera’s kenmerken zich door het feit dat er sprake is van intensieve verkeersstromen en een behoorlijke spreiding over het land aan de hand waarvan het juist naleven van de bepalingen van de wet MRB in het overgrote deel van Nederland effectief gecontroleerd kan worden. Door gebruik te maken van deze camera’s, is de inspecteur van mening dat het toezicht op de naleving van de Wet MRB ’94 op een effectieve en proportionele wijze uitgevoerd wordt. Dit wordt eveneens gerealiseerd door het verwerkingsproces van de camerabeelden zodanig in te richten dat camerabeelden, die niet relevant zijn, zo snel mogelijk worden vernietigd.
Artikel 3
Motivering inzet en locaties
Onderdeel van Besluit vaststelling cameraplan voor 2025· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 31 december 2024