Naar hoofdinhoud

Artikel 20

Subsidievaststelling

Onderdeel van Algemeen Reglement van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025

1. Binnen vier maanden na eerste openbaarmaking van de filmproductie of voltooiing van de filmactiviteit dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in, tenzij een andere termijn is vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst of de subsidie bij verlening al is vastgesteld. Indien deze termijn wordt overschreden, is het bestuur bevoegd de verleende subsidie ambtshalve vast te stellen. 2. De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van de in artikel 19 en in de uitvoeringsovereenkomst genoemde bescheiden. 3. De ontvanger van de subsidie is verplicht aan het Fonds op verzoek alle bescheiden en inlichtingen te verstrekken die het noodzakelijk acht voor het vaststellen van de subsidie. 4. De ontvanger van een subsidie draagt er zorg voor dat zijn accountant medewerking verleent aan een eventueel onderzoek door of vanwege het Fonds naar de door de accountant van de aanvrager verrichte (controle) werkzaamheden. De kosten die zijn gemoeid met de medewerking van de accountant, komen voor rekening van de aanvrager. 5. Het bestuur stelt de hoogte van de subsidie uiterlijk 22 weken na de in het eerste lid bedoelde indieningtermijn vast. De hoogte van de subsidievaststelling kan niet hoger zijn dan het bedrag van de subsidieverlening. 6. In afwijking van dit artikel kan het bestuur in bepaalde gevallen een beschikking tot subsidieverlening geven, met vermelding van de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht en van de datum waarop de subsidie uiterlijk door het fonds wordt vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel