Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Bepalen handelsinkoopwaarde gebruikte motorrijtuigen

Onderdeel van Kaderbesluit bpm· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025

Als voor het aantonen van de afschrijving op een gebruikt motorrijtuig gebruik wordt gemaakt van een taxatierapport, moet dit rapport aan de voorwaarden voldoen zoals gesteld in Bijlage I bij de uitvoeringsregeling. Indien een motorrijtuig meer dan normale gebruiksschade heeft, kan de afschrijvingsmethode taxatie gebruikt worden. Ook staat de afschrijvingsmethode taxatie open voor motorrijtuigen die niet als zodanig (vgl. merk, model, transmissie, brandstof, vermogen, carrosserie en uitvoering, HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:640) in een koerslijst voorkomen. Een geringe afwijking in CO2-uitstoot betekent niet dat het motorrijtuig als zodanig niet in de koerslijst voorkomt. Dit is anders als de uitvoering dusdanig afwijkt dat er sprake is van een grote CO2-uitstoot, zoals bijvoorbeeld het geval is bij een motorrijtuig dat afkomstig is van de Amerikaanse markt. De CO2-afwijking vloeit in die gevallen voort uit een afwijking van één van de hiervoor limitatief opgesomde voertuigeigenschappen. Het missen van een onderhoudsboekje, een ontbrekende alarminstallatie van een bepaalde klasse of een schadeverleden zijn géén onderscheidende criteria voor de toets of er sprake is van een (gelijksoortig) motorrijtuig ‘als zodanig’ en worden ook niet gezien als meer dan normale gebruiksschade, als geen sprake meer is van aanwijsbare schade op het afschrijvingsmoment (zie HR 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:147, r.o. 3.6.1 over het schadeverleden). Dit betekent dat de enkele aanwezigheid van de hiervoor genoemde elementen bij het motorrijtuig waarvoor aangifte wordt gedaan niet voldoende zijn om een aangifte met een taxatierapport in te dienen. De aangifte kan dan alleen worden gedaan met een uitdraai van de koerslijst of op basis van de wettelijke afschrijvingstabel. Onder omstandigheden is het wel mogelijk rekening te houden met de hiervoor genoemde kenmerken. Dit wordt nader toegelicht in onderdeel 3.3. Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van de kennisgroepstandpunt KG:013:2023:2 en KG:013:2023:7, die eerder zijn gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl. In zijn arresten van 17 november 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1499) en 22 december 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1703) geeft de Hoge Raad aan op welke wijze de taxateur als referentie voor het bepalen van een (bij benadering) reële waardedaling van het te registreren motorrijtuig gebruik kan maken van de handelsinkoopwaarde die is opgenomen in een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor een referentievoertuig. Het moet dan gaan om een vergelijkbaar motorrijtuig dat is opgenomen in een koerslijst. In dat geval is de handelsinkoopwaarde uit de koerslijst slechts een uitgangspunt waarbij de getaxeerde waarde van die koerslijstwaarde zal verschillen vanwege meer dan normale gebruiksschade en/of andere bijzondere of afwijkende kenmerken en eigenschappen van het te waarderen motorrijtuig ten opzichte van gebruikte motorrijtuigen zoals deze in de regel op de binnenlandse markt worden ingekocht. Dergelijke kenmerken en eigenschappen leiden tot een bij de taxatie in aanmerking te nemen verschil ten opzichte van de koerslijstwaarde voor zover zij in die waarde niet of niet volledig zijn verdisconteerd. De invloed van dergelijke kenmerken en eigenschappen kan zowel waardedrukkend als waardeverhogend zijn. Ook betekent het voorgaande dat de taxateur, rekening houdend met de beperkingen zoals geformuleerd in onderdeel 3.2, op basis van individuele omstandigheden van het betreffende geval rekening kan houden met bijvoorbeeld het waardedrukkende effect van het schade- of verhuurverleden van het motorrijtuig. (HR 12 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:692) voor zover zij in de handelsinkoopwaarde uit de koerslijst niet of niet volledig zijn verdisconteerd. Daarbij geldt nog het volgende. Schadeverleden Onder schadeverleden wordt verstaan een motorrijtuig met in het verleden opgelopen en herstelde schade van grotere omvang dan normale gebruiksschade (HR 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:147). Het is aan de taxateur om aannemelijk te maken wat het schadeverleden voor gevolg voor de handelsinkoopwaarde heeft. Ex-rental Onder ex-rental wordt verstaan een motorrijtuig met een aantoonbaar huurverleden. Dit is een specifiek kenmerk van dat motorrijtuig. Ook hier geldt dat de bewijslast voor de aanwezigheid van een huurverleden bij de taxateur ligt. Het enkel overleggen van een buitenlands kentekenbewijs of de inkoopfactuur is niet voldoende. Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:013:2023:7, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl Wanneer in een in de handel algemeen toegepaste koerslijst een kenmerk of eigenschap zoals bijvoorbeeld ‘ex-rental’ als variabele is opgenomen, moet ervan worden uitgegaan dat het in de handel voor de waardebepaling van een motorrijtuig binnen die koerslijst verschil maakt of het desbetreffende motorrijtuig als ‘rental’ is gebruikt of niet. Daaruit volgt dat bij toepassing van die koerslijst de aan deze variabele te verbinden waardevermindering alleen kan worden toegepast op motorrijtuigen die een ‘ex-rental’ zijn (HR 8 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331, r.o. 2.3.2). Is een dergelijk kenmerk of eigenschap niet als variabele opgenomen in de toegepaste koerslijst, dan is het binnen de afschrijvingsmethode koerslijst in beginsel niet mogelijk om hier rekening mee te houden. Er moet immers van worden uitgegaan dat de variabelen die de betreffende koerslijst in aanmerking neemt, een samenhangend geheel vormen (HR 8 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331, r.o. 2.3.3). Onder omstandigheden is met een beroep op artikel 110 VWEU een uitzondering op de hierboven geformuleerde hoofdregel mogelijk. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 2 februari 2024 één specifieke situatie benoemd, die ziet op een naheffingsaanslag van een motorrijtuig met een schadeverleden. Er moet namelijk rekening worden gehouden met een aanvullende waardevermindering als belanghebbende aannemelijk kan maken dat het geheven bedrag aan bpm hoger is voor het in te schrijven motorrijtuig dan het restbedrag aan bpm dat is vervat in de handelswaarde van een of meer gelijksoortige, gebruikte motorrijtuigen die al in het binnenland zijn geregistreerd. Daartoe moet de belastingplichtige de werkelijke handelswaarde van het in te schrijven motorrijtuig aantonen. Om dat te staven moet de belastingplichtige op basis van deskundigenonderzoek aantonen dat er ten tijde van de registratie een gelijksoortig, gebruikt motorrijtuig met een vergelijkbaar schadeverleden in Nederland was geregistreerd en wat de waardeverminderende invloed van dat schadeverleden op de handelsinkoopwaarde werkelijk is geweest ten opzichte van een gelijksoortige, gebruikte motorrijtuigen die toentertijd in Nederland waren geregistreerd en niet een dergelijk schadeverleden kenden. Een verwijzing naar een algemeen bekend feit en/of een schatting in goede justitie is niet voldoende (HR 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:147, r.o. 3.6.2). Artikel 10 van de wet kent geen verbod op een wijziging in de afschrijvingsmethode bij het aanwenden van een rechtsmiddel. In het negende lid van dit artikel is echter opgenomen dat het niet mogelijk is gegevens die niet bij de aangifte zijn gebruikt, op een later tijdstip alsnog te gebruiken om de bij de aangifte toegepaste afschrijving te wijzigen. In de nota van wijziging1Kamerstukken II 2011/12, 33 004, nr. 6, p. 9–10 is hierover het volgende opgenomen: de keus van de aangever voor een bepaalde afschrijvingsmethodiek bepaalt mede op welke wijze de aangifte wordt gecontroleerd. Om de juistheid van een aangifte op basis van de individuele afschrijving te kunnen beoordelen is het van belang, dat op het moment van de aangifte alle gegevens worden overgelegd waarop de aangifte is gebaseerd. Het betreffende motorrijtuig is immers uit het zicht waardoor de staat van het motorrijtuig op het moment van het belastbaar feit en op het moment van bezwaar gewijzigd kan zijn. In zijn arrest van 18 maart 2016 (ECLI:NL:HR:2016:421) heeft de Hoge Raad deze wettelijke beperking verruimd. Belastingplichtige kan na indiening van de aangifte wijzigen van afschrijvingsmethode onder de voorwaarde dat voor het vaststellen van de juistheid van de (nieuw) ingebrachte gegevens geen (tweede) fysieke controle van het motorrijtuig nodig is. Het wijzigen van een aangifte met taxatierapport of koerslijst naar de tabel is dus toegestaan. Hiervoor zijn immers geen gegevens nodig die niet al eerder bij de aangifte zijn ingebracht. Het wijzigen van bijvoorbeeld tabel naar koerslijst of van taxatierapport naar koerslijst is mogelijk indien de nieuw ingebrachte gegevens te controleren zijn zonder dat een (tweede) fysieke controle van het motorrijtuig noodzakelijk is. Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:013:2023:5, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl

Rechtspraak bij dit artikel