In dit besluit is het beleid opgenomen over de startersvrijstelling en het tarief van 2%. Dit besluit actualiseert het besluit van 2 maart 2023, nr. 2023-2 (Stcrt. 2023, 5423). Per 1 januari 2025 is in de Wet op belastingen van rechtsverkeer opgenomen dat de verkrijging van het recht op levering van een woning door een natuurlijk persoon in combinatie met de toegang tot die woning of de toestemming om enige werkzaamheden in of aan de woning te verrichten of te laten verrichten voorafgaande aan de verkrijging van die woning, onder voorwaarden niet wordt aangemerkt als een verkrijging van economische eigendom (artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer). Onderdeel 4 uit het besluit van 2 maart 2023, heeft daardoor zijn belang verloren en is daarom niet meer opgenomen. De overige onderdelen zijn overgenomen uit het besluit van 2 maart 2023. Daarbij zijn waar nodig ter verduidelijking enkele redactionele aanpassingen aangebracht, zonder inhoudelijke gevolgen. Daarbij zijn de onderdelen 5, 6 en 7 vernummerd tot de onderdelen 4, 5 en 6.
De goedkeuringen in dit besluit zijn verleend met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule).
WBR
Wet op belastingen van rechtsverkeer
Startersvrijstelling
Vrijstelling overdrachtsbelasting bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel p, WBR
Woningwaardegrens
Waardegrens bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel p, onder 4°, WBR
Algemene tarief
Het tarief, bedoeld in artikel 14, eerste lid, WBR
Verlaagde tarief
Het tarief, bedoeld in artikel 14, tweede lid, WBR
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Overdrachtsbelasting, startersvrijstelling en 2%-tarief· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025