**1.** Een aanvraag wordt digitaal ingediend, waarbij een door de aanvrager ondertekende kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd.
**2.** Aanvragen voor een subsidie op grond van de artikelen 13 en 16 worden in indienrondes behandeld.
**3.** De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert, al dan niet door middel van een licentie, over de voor subsidieverlening noodzakelijke vertoningsrechten op de filmproductie(s) te beschikken.
**4.** Voor subsidie die wordt aangevraagd op grond van de artikelen 8, 13 en 16 in dit deelreglement, wordt bij de aanvraag het volgende overgelegd:
een door de aanvrager opgesteld crossmediaal marketing- en distributieplan met bijbehorende begroting en garanties, dat gericht dient te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een bioscoopuitbreng en non theatrical release;
een verklaring waarin de aanvrager garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen voorafgaand aan de aanvraag, niet dusdanig is verslechterd dat de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager in gevaar komt en, naar de reële verwachting van de aanvrager, een dergelijke verslechtering ook niet zal optreden;
In het geval van buitenlandse arthouse film of een buitenlandse kwalitatieve kinder- en jeugdfilm: een screeninglink van de film.
Hoofdstuk
Artikel 4
- Aanvraag -
Onderdeel van Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025