Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 5

Artikel 22

- subsidiabele activiteit -

Onderdeel van Deelreglement Filmactiviteiten van de Stichting Nederlands Fonds voor de film· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025

1. Een meerjarige activiteitensubsidie voor twee jaar kan worden verleend aan een filmeducatiehub voor het vervullen van een coördinerende rol in het samenbrengen van vraag en aanbod op het gebied van film- en beeldeducatie in een afgebakende regio. Het gaat daarbij om activiteiten ter bevordering van zowel actief als receptief filmonderwijs. Filmeducatiehubs vormen onderling een netwerk dat is aangesloten bij het Landelijk Netwerk Filmeducatie. 2. Filmeducatiehubs moeten voldoen aan de volgende voorwaarden om voor een subsidie in aanmerking te komen: een bewezen staat van dienst op het vlak van film- en beeldeducatie; een jaarlijks bereik van ten minste 10.000 leerlingen in primair onderwijs of voortgezet onderwijs; een aantoonbare (subsidie)relatie met regionale/lokale overheden; en een aantoonbaar relevant netwerk van onderwijsinstellingen en aanbieders op het gebied van film- en beeldeducatie (filmtheaters, filmfestivals, onderwijsontwikkelaars, bibliotheken, etc.) die de te bedienen regio bestrijken en die de aanvraag als samenwerkende partner aantoonbaar ondersteunen; 3. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de filmeducatiehub is het volgende van belang: een heldere en onderbouwde visie op de voorgenomen activiteiten op het gebied van kennisdeling, -uitwisseling en deskundigheidsbevordering in de regio met de nadruk op de verbindende makelaarsfunctie; de mate waarin relevante filmfestivals, filmtheaters, onderwijsontwikkelaars, bibliotheken en andere aanbieders zich in de betreffende regio aan de hub verbinden als samenwerkingspartner en wat hun rol in deze samenwerking zal zijn; de onderbouwing van het beoogde oplopende bereik van leerlingen (primair onderwijs of voortgezet onderwijs) in de jaren 2025 t/m 2028 en de beoogde kwaliteitsverhoging van het aanbod; 4. Het bestuur geeft prioriteit aan organisaties die regionale of lokale financiers aan zich hebben weten te binden én die al eerder succesvol hebben deelgenomen aan de regeling voor filmeducatiehubs van het Fonds. 5. Er wordt door het bestuur gestreefd naar landelijke dekking door middel van zes tot zeven filmeducatiehubs met een brede regionale, eventueel provincie overschrijdende spreiding.

Rechtspraak bij dit artikel