Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15

– subsidiabele activiteit realisering minoritaire coproductie –

Onderdeel van Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025

Voor een aanvraag voor subsidie voor een internationale minoritaire coproductie gelden de volgende voorwaarden: Uitsluitend minoritaire coproducties die geen andere subsidie in de realisering van het Fonds op grond van het Deelreglement Realisering hebben ontvangen, komen in aanmerking voor een subsidie. Minoritaire coproducties voor de categorieën speelfilm (waaronder lange animatiefilm), documentaire, onderzoek & experiment (waaronder immersieve en interactieve filmproducties) en korte animatie komen in aanmerking voor een subsidie, indien het aandeel in de filmproductie van de Nederlandse minoritaire coproducent, alsmede de aard van de betrokken Nederlandse inbreng en publieksbereik in Nederland evident zijn. Op het moment van indiening van de aanvraag bij het Fonds, dient: minimaal 50% van de financiering uit het land van de buitenlandse majoritaire coproducent afkomstig en schriftelijk toegezegd te zijn; en, de totale inbreng van Nederlandse fondsen en marktpartijen in de realisering van de filmproductie minimaal 10% van de totale productiekosten te bedragen; en voor speelfilm, lange animatiefilm en documentaire dient de landelijke bioscoopuitbreng in het land van de majoritaire coproducent gegarandeerd te zijn door een filmdistributeur dan wel marktpartijen uit de lokale exploitatieketen; en een verklaring ondertekend door de buitenlandse majoritaire coproducent overlegd te worden waaruit blijkt hoe de coproductie vorm krijgt en wat de verdeling van taken en verantwoordelijkheden zal zijn. Om voor een toekenning van een subsidie in aanmerking te komen, dient de filmproductie naar het oordeel van het bestuur: binnen het totale aanbod van internationale coproducties van uitzonderlijke artistiek-inhoudelijke kwaliteit te zijn; en aantoonbaar gekoppeld te zijn aan een substantiële creatieve en technische inbreng van filmprofessionals vanuit Nederland. Binnen de beperkte middelen die het Fonds beschikbaar heeft voor minoritaire coproducties wordt vervolgens, in aanvulling op het eerste tot en met het vierde lid, prioriteit gegeven aan minoritaire coproducties waarvan: de buitenlandse majoritaire coproducent gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie, of in een staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland, of een staat waarmee de Nederlandse overheid een bilateraal verdrag aangaande filmproducties heeft afgesloten; diversiteit en inclusiviteit een wezenlijk onderdeel zijn van het filmplan of team van filmprofessionals; er eerder coproducties met dezelfde buitenlandse majoritaire coproducent tot stand zijn gekomen; nationale fondsen of publieke financiers uit het land van de majoritaire coproducent op artistiek-inhoudelijke selectie bijdragen aan de financiering; het Nederlands aandeel in de financiering het vereiste minimum onder het derde lid substantieel overstijgt; en in het geval van speelfilm, lange animatiefilm of documentaire een bioscoopuitbreng in Nederland gegarandeerd is. Tenzij in bilaterale verdragen met het Fonds anders is overeengekomen of het bestuur zwaarwegende redenen ziet hiervan af te wijken, dient de aanvrager met inachtneming van artikel 14, de subsidie van het Fonds volledig in Nederland te besteden. In de overeenkomst met de buitenlandse majoritaire coproducent dient te worden vastgelegd dat: eventuele financiële bijdragen in het kader van Eurimages of andere Europese financiering pro rato toegerekend worden aan de aanvrager; en de aanvrager beschikt over de exclusieve verfilmings- en exploitatierechten voor bij voorkeur de Benelux en, indien de rechten voor België en Luxemburg reeds vergeven zijn, tenminste over deze rechten op het Nederlandse territorium; de aanvrager pro rato meedeelt in de wereldopbrengsten van de filmproductie. De filmproductie dient een (non) theatrical release in Nederland te krijgen. Voor de categorieën speelfilm, lange animatiefilm en documentaire dient de aanvrager een schriftelijke verklaring ondertekend door een Nederlandse filmdistributeur of indien van toepassing van een Nederlandse zendgemachtigde te overleggen of een uitgewerkt uitbrengplan met het oog op publieksbereik en zichtbaarheid in Nederland. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel