Het besluit geeft in onderdeel 2 een invulling aan het begrip ‘zelfstandig’ zoals genoemd in artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 met het oog op de btw-behandeling van de werkzaamheden van natuurlijke personen die optreden als toezichthouder of als lid van een bezwaaradviescommissie of van andere daarmee te vergelijken werkzaamheden zoals genoemd in dit besluit.
Daarnaast bevat dit besluit in onderdeel 3 enkele aanwijzingen met betrekking tot de fiscale eenheid btw. In dat kader komt de belastingplicht van holdings aan de orde en is een goedkeuring getroffen voor opname in de fiscale eenheid van een holding die een sturende en beleidsbepalende functie vervult binnen het concern. Deze goedkeuring is overgenomen uit de holdingresolutie die met de inwerkingtreding van dit besluit zal vervallen.
Awr
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Awb
Algemene wet bestuursrecht
Wet
Wet op de omzetbelasting 1968
BV
Besloten vennootschap
NV
Naamloze vennootschap
BW
Burgerlijk wetboek
Wbtr
Wet bestuur en toezicht rechtspersonen
Btw-richtlijn
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347)
Uitvoeringsbeschikking
Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
HvJ
Hof van Justitie van de Europese Unie
HR
Hoge Raad der Nederlanden
Het besluit bevat beleidsregels met betrekking tot de artikelen 7, eerste, tweede en vierde lid van de Wet. Artikel 7, vierde lid, van de Wet regelt de fiscale eenheid voor de btw. De regeling voor de fiscale eenheid is nader uitgewerkt in artikel 3a van de Uitvoeringsbeschikking.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsbesluit belastingplicht en fiscale eenheid omzetbelasting· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025