Met ingang van 1 januari 2013 is de contractuele aflossingsverplichting (artikel 3.119a, eerste lid, onderdeel b, Wet IB 2001) één van de voorwaarden om een lening aan te merken als eigenwoningschuld. Dit houdt in dat met betrekking tot die lening een contractuele verplichting geldt tot het gedurende de looptijd ten minste annuïtair en in ten hoogste 360 maanden volledig aflossen overeenkomstig artikel 3.119c Wet IB 2001.
Voor de beoordeling of bij een annuïtaire lening aan de contractuele aflossingsverplichting wordt voldaan, moet de maandelijkse rentevoet in het contract overeenkomen met de rente die als eigenwoningrente wordt aangemerkt.1Dit blijkt uit een brief van de Staatssecretaris van Financiën van 21 september 2015, waarbij in het kader van de fiscale uitwerking bij rentemiddeling is aangegeven dat bij leningen waarvoor de fiscale aflossingseis geldt in het annuïtaire schema moet worden gerekend met de rente die als eigenwoningrente in aftrek mag worden gebracht (Kamerstukken II 2015/16, 34 220, nr. 11, p. 8). Alleen de rente die wordt aangemerkt als een vergoeding voor het ter beschikking stellen van de hoofdsom, wordt als eigenwoningrente aangemerkt. In het algemeen is dit de marktconforme rente: de rente die banken en andere financiële instellingen zouden aanbieden bij een lening van een vergelijkbaar bedrag met een vergelijkbare rentevastperiode. Bij die beoordeling speelt ook de (hypothecaire) zekerheid een rol.
Als de overeengekomen contractuele rente hoger is dan de marktconforme rente, kan de rente niet volledig als eigenwoningrente worden aangemerkt. Dit heeft bij een annuïtaire lening tot gevolg dat niet aan de contractuele aflossingsverplichting wordt voldaan waardoor de lening vanaf het moment van aangaan niet wordt aangemerkt als eigenwoningschuld en de rente in zijn geheel niet aftrekbaar is. Het overeenkomen van een hogere rente kan zich bijvoorbeeld voordoen bij bepaalde familieleningen.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Inkomstenbelasting, eigenwoningschuld vanaf 1 januari 2013; bij annuïtaire lening is overeengekomen contractuele rente hoger dan marktconforme rente· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 29 januari 2025