Naar hoofdinhoud
Voor de beantwoording van de in onderdeel 2 genoemde rechtsvragen zal de uitkomst van de reeds lopende cassatieprocedure tegen de uitspraak van 7 november 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4361. Voor zover de wijziging van de systematiek aan de hand waarvan het geldende belastingrentepercentage met ingang van 1 januari 2024 wordt bepaald daartoe noopt, kunnen op grond van artikel 25d, eerste lid, AWR één of meer andere proefprocedures worden geselecteerd. Dit geldt voorts ten aanzien van overige punten die buiten het geschil zijn gebleven in de reeds geselecteerde proefprocedure. Zodra de in onderdeel 2 genoemde rechtsvragen bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak definitief zijn beantwoord, beslist de inspecteur conform artikel 25e AWR door middel van één gezamenlijke collectieve uitspraak op alle bezwaren die als massaal bezwaar zijn aangewezen. Tegen deze collectieve uitspraak staan geen rechtsmiddelen open; de rechtsvraag is immers door de Hoge Raad beantwoord. Belanghebbenden kunnen nog wel verzoeken de belastingrentebeschikking ambtshalve te verminderen.3HR, 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:718. De voorwaarden voor ambtshalve vermindering, waaronder de termijnen, gelden onverkort. Als de inspecteur bij de definitieve beantwoording van de in deze aanwijzing opgenomen rechtsvragen niet of niet geheel in het gelijk gesteld wordt, herziet hij alle beschikkingen belastingrente voor de vennootschapsbelasting, de bronbelasting, de solidariteitsbijdrage, de minimumbelasting en het winstaandeel, mits het bezwaar daartegen valt onder deze aanwijzing. Als een bezwaar mede ziet op andere geschilpunten dan de in onderdeel 2 genoemde rechtsvragen, die de beschikking belastingrente of de op hetzelfde aanslagbiljet vermelde belastingaanslag betreffen, doet de inspecteur het bezwaar op die punten individueel af. Afdeling 7.2 van de Algemene wet bestuursrecht is daarbij van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel