Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Algemene weigeringsgronden

Onderdeel van Regeling Cultuureducatie in het mbo 2025–2028· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 18 februari 2025

1. Het Fonds weigert subsidie als: voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend: door het Fonds; door een van de andere rijkscultuurfondsen; op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid; of op grond van de Erfgoedwet. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd; de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of omroeporganisatie; de aanvraag wordt ingediend namens een overheidslichaam of semi-overheidslichaam; de aanvrager failliet is verklaard of redelijkerwijs te verwachten is dat dit binnenkort gebeurt; de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling; of de aanvrager een rechtspersoon is die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Fair Practice Code of Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.7, vierde lid. 2. Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor een subsidie. 3. Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers in de jaren voorafgaand aan de aanvraag subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen. 4. Het Fonds kan weigeren om subsidie te verstrekken als de aanvraag op enige wijze niet in overeenstemming is met de regeling. 5. Het Fonds kan subsidie weigeren als de aanvraag gericht is op reguliere of terugkerende activiteiten of activiteiten die redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere budget van de aanvrager.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel