In deze regeling wordt verstaan onder:
AVG:verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
CBS: Centraal bureau voor de statistiek als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek;
coalitie-aanmelding: aanmelding als bedoeld in artikel 4, derde lid;
DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
GKA: Gelijke Kansen Alliantie;
Kaderregeling:Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
leerling: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022, artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022, of artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, tenzij anders geregeld in deze regeling;
leerling met niet-Nederlandse culturele achtergrond: een leerling met een achtergrond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022;
lokale coalitie: groep van lokale partijen, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, die gezamenlijk betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van het programma School en Omgeving;
lokale partij: partij die opereert in de fysieke omgeving van een school, zoals een zorginstelling, bibliotheek, instelling op het gebied van sociaal werk, welzijnsorganisatie, sportvereniging, cultuurinstelling of kinderopvang;
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
ontwikkelaanbod: aanbod op het gebied van sport, cultuur, cognitieve ontwikkeling, sociale ontwikkeling of het gebied van oriëntatie op jezelf of op de wereld;
praktijkonderwijsvestiging: vestiging waar op voor het aanvraagtijdvak 2025 op 1 oktober 2022 en voor het aanvraagtijdvak 2026 op 1 oktober 2024 meer dan 50% van de leerlingen conform artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 praktijkonderwijs volgt, met dien verstande dat artikel 6.10 lid 2 en lid 3 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 hierbij niet van toepassing zijn.
primair onderwijs: onderwijs dat gegeven wordt op een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of onderwijs dat gegeven wordt op een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
programma School en Omgeving: lokaal programma verrijkte schooldag met activiteiten buiten de reguliere onderwijstijd van een vestiging, aangeboden door een lokale coalitie ten behoeve van leerlingen op scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand;
regievoerder: regievoerder als bedoeld in artikel 4;
relatief aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op de vestiging gedeeld door het totale aantal leerlingen dat op de vestiging is ingeschreven voor het aanvraagtijdvak 2025, op 1 februari 2024 als bedoeld in bijlage 3 en voor het aanvraagtijdvak 2026, op 1 februari 2025 als bedoeld in bijlage 7;
relatieve achterstandsscore: Deze wordt bepaald door de achterstandsscore als bedoeld in dit artikel te delen door het aantal leerlingen per vestiging, op basis waarvan het Centraal Bureau voor de Statistiek de achterstandsscores als bedoeld in dit artikel heeft berekend.
Voor het aanvraagtijdvak 2025 wordt voor het primair onderwijs gehanteerd: de achterstandsscore zonder drempel als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022 op 1 februari 2024, zoals gepubliceerd door het CBS op 7 oktober 2024. Voor vestigingen in het voortgezet onderwijs wordt gehanteerd: de achterstandsscore zonder drempel per vestiging op 1 oktober 2022 zoals gepubliceerd door het CBS op 7 maart 2024.
Voor het aanvraagtijdvak 2026 wordt voor het primair onderwijs gehanteerd: de achterstandsscore zonder drempel als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022 op 1 februari 2025, zoals gepubliceerd door het CBS op 9 januari 2026. Voor vestigingen in het voortgezet onderwijs wordt gehanteerd: de achterstandsscore zonder drempel per vestiging op 1 oktober 2024 zoals gepubliceerd door het CBS op 8 januari 2026.
Deze scores zijn opgenomen in bijlagen 1 tot en met 8;
school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 76a van de Wet op de expertisecentra, hoofdvestiging als bedoeld artikel 4.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Abusievelijk is voor de begripsomschrijving relatieve
onderwijsachterstandsscore een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Subsidieregeling School en Omgeving 2025–2028· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 24 juli 2026
Verwijzingen
- artikel 6
- artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022
- artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs
- artikel 4
- artikel 4
- artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs
- artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022
- artikel 4
- artikel 4
- artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs
- artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022
- artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022
- artikel 4
- artikel 4
- artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022
- artikel 6
- artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs
- artikel 6