Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9b

Overbruggingsperiode aanvullend subsidiebedrag

Onderdeel van Subsidieregeling School en Omgeving 2025–2028· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 24 juli 2026

1. De minister verleent aan het bevoegd gezag van een vestiging als bedoeld in artikel 3, eerste lid, ambtshalve een aanvullend subsidiebedrag. Het aanvullende subsidiebedrag wordt verleend voor de duurzame continuering van de activiteiten waarvoor aan het bevoegd gezag subsidie is verleend op grond van de artikelen 9 en 9a. 2. Voor het verlenen van het aanvullende subsidiebedrag is, in aanvulling op het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, in totaal € 116.097.043,– beschikbaar. Het aanvullende subsidiebedrag per vestiging bedraagt 5/12 van het totaal verleende bedrag per schooljaar. 3. Het aanvullende subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor de periode 1 augustus 2028 tot en met 31 december 2028, ter afronding en duurzame continuering van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid. 4. De minister verleent het aanvullende subsidiebedrag ambtshalve uiterlijk op 31 augustus 2027 door wijziging van de subsidiebeschikking. 5. De minister verleent het subsidiebedrag als een voorschot van 100%, dat in juni 2028 wordt uitbetaald. 6. In aanvulling op artikel 10, vijfde lid, verantwoordt de subsidieontvanger het aanvullende subsidiebedrag voor de periode 1 augustus tot en met 31 december 2028, als zelfstandig onderdeel in het eindverslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel