Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Directeur-bibliothecaris

Onderdeel van Reglement van de Koninklijke Bibliotheek 2024· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2025

1. Binnen het kader van het door het Algemeen Bestuurscollege vastgestelde beleid berust de leiding van de Koninklijke Bibliotheek bij de directeur-bibliothecaris. (Ontleend aan art. 13.5, lid 1 van de WHW). 2. De directeur-bibliothecaris heeft tot taak het beleid van het Algemeen Bestuurscollege voor te bereiden en ten uitvoer te leggen. (Ontleend aan art. 13.5, lid 2 van de WHW). 3. De directeur-bibliothecaris is bevoegd om uitgaven te doen en verplichtingen aan te gaan binnen het kader van de door het Algemeen Bestuurscollege vastgestelde begroting. 4. De directeur-bibliothecaris ontvangt van het Algemeen Bestuurscollege mandaat, volmacht en machtiging om de taken en bevoegdheden van de Koninklijke Bibliotheek op een ordentelijke wijze uit te kunnen oefenen. (Besluit Mandaat-, Volmacht-, en Machtigingsregeling Koninklijke Bibliotheek 2022 is opgenomen in Bijlage 1 bij dit reglement). 5. De directeur-bibliothecaris is namens het Algemeen Bestuurscollege bevoegd de taken en bevoegdheden in lid 4 in (onder)mandaat en in (onder)volmacht te verlenen. (Ontleend aan art. 3:41 en art. 10:5 Awb).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel