Bij de omzetting als bedoeld in artikel 28a Wet Vpb 1969 wordt fiscaal de belastingplichtige geacht te zijn geliquideerd en een nieuwe belastingplichtige te zijn ontstaan. Door deze liquidatiefictie vervalt in beginsel de toepassing van de RFV en moet door de belastingplichtige die geacht wordt te zijn ontstaan opnieuw toepassing van de RFV worden aangevraagd. Dit acht ik een onnodig gevolg van de omzetting. In de fiscale begeleiding die door mij bij omzetting wordt geboden wordt daarom kort gezegd de omzetting wat betreft de RFV buiten aanmerking gelaten.
Artikel 7.2
Samenloop met omzetting (artikel 28a Wet Vpb 1969)
Onderdeel van Vennootschapsbelasting, functionele valuta· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 5 april 2025