Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.8

Minimumeisen vaarbevoegdheidsverlening voor een kapitein van een zeeschip met een brutotonnage van minder dan 500 GT dat wordt gebruikt voor reizen nabij de kust

Onderdeel van Besluit bemanning zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025

1. Een kapitein van een zeeschip met een brutotonnage van minder dan 500 GT dat wordt gebruikt voor reizen nabij de kust, is in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs dat ten minste voldoet aan voorschrift II/3, zesde lid, van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993. 2. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van onderdelen van sectie-II/3 van de STCW-code overeenkomstig voorschrift II/3, zevende lid, van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning zeeschepen in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel