Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.6

Artikel 3.6.7

Aanwijzing of erkenning keuringsarts

Onderdeel van Besluit bemanning zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025

1. Een geneeskundige kan Onze Minister verzoeken hem aan te wijzen of te erkennen als keuringsarts op grond van artikel 31, tweede lid, van de wet. Bij het verzoek wordt registratie als arts als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, aangetoond. 2. Indien het verzoek is ingediend door een geneeskundige die in het buitenland zijn praktijk houdt, vergewist Onze Minister zich van diens vakbekwaamheid. 3. Onze Minister gaat niet over tot aanwijzing of erkenning van een geneeskundige indien diens onafhankelijkheid ten opzichte van werkgevers, werknemers of hun organisaties niet gewaarborgd is, of ingeval diens professionele kundigheden, praktijkervaring of beroepsuitrusting naar zijn oordeel ontoereikend zijn. 4. Bij het besluit van Onze Minister over de aanwijzing of erkenning worden het aantal al aangewezen of erkende geneeskundigen en de spreiding over het land in relatie tot de regionale of plaatselijke behoefte in aanmerking genomen. 5. De aanwijzing of erkenning als keurend arts wordt afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaar. 6. De aangewezen of erkende keuringsarts is verplicht de door Onze Minister aangewezen nascholingscursussen te volgen. De kosten van deelname komen voor rekening van de betrokken keuringsarts. 7. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanwijzing en de erkenning van geneeskundigen als keurend arts voor de scheepvaart. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning zeeschepen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel